
Heenreis naar Ierland
Maandagochtend 4 juli, op een onmogelijk vroeg tijdstip worden we gewekt door de wekker, om 4:30. Nadat we de laatste bagage in de auto hadden gepakt vertrokken we rond 5:30 voor onze 4-weekse vakantie naar Ierland.
We waren nog maar net vertrokken of het begon te regenen. Op de radio hoorden we over het noodweer bij Den Haag en het werd afgeraden om die kant op te gaan, juist terwijl wij op weg waren naar de haven in Hoek van Holland. Om 6:15 waren we bij de ferry terminal van StenaLine. Na de paspoort controle moesten we nog tot 6:50 wachten voor we aan boord mochten rijden. Aan boord hebben we ons ontbijt gegeten en in de winkel op de boot hebben we stickers gekocht voor het afplakken van de koplampen van de auto. Die zijn afgesteld voor rechts rijden en die zouden in Engeland en Ierland tegemoet komend verkeer kunnen verblinden. Na een voorspoedige reis met de Stena HSS kwamen we om 10:10 Engelse tijd in Harwich aan. We waren snel van boord en na de paspoort controle konden we onze reis vervolgen richting Wales. Het links rijden was geen enkel probleem, we hadden dit beide al eerder gedaan, alleen nog nooit met een auto met het stuur links. Totnutoe hadden we dat altijd met een auto met het stuur rechts gedaan. Direct vanaf de ferry staan er overigens regelmatig borden met in meerdere talen de melding dat je links moet rijden. Ook in Engeland hadden we het eerste stuk noodweer, pas in de buurt van Cambridge stopte het met regenen en begon de lucht wat op te klaren.
Ergens tussen Cambridge en Birmingham wilden we stoppen langs de weg om onze lunch op te eten,
maar in Engeland zijn er haast geen parkeerplaatsen langs de weg met bankjes en tafeltjes.
Uiteindelijk zijn we op een grote parkeerplaats net voor Birmingham gestopt en hebben we
maar bij de auto onze lunch opgegeten. Daarna ging het voorspoedig verder.
Bij Birmingham zijn er twee wegen om om de stad heen te komen, wij namen de
tolweg waardoor je over een praktisch lege snelweg in korte tijd om de stad heen bent.
Via Shrewsbury, Wrexham en Chester kwamen we in Wales aan. Toen we
op de kustweg van Chester naar Cowny reden begon zowaar de zon door te breken
en even later zaten we tegen een strakblauwe hemel aan te kijken en moesten
we de zonnebrillen gaan opzoeken. Na Bangor staken we over naar het eiland
Anglesey. Direct over de brug gingen we van de weg af om even via
Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch, (afgekort Llanfair PG) te rijden, de plaats met de langste naam in Groot Brittanië.
Bij het station was het een ware tourist-trap, nog nooit zo'n klein station met zo'n groot parkeerterrein gezien.
Na een kort bezoek aan het station en de souvenier winkel hebben we de laatste
kilometers naar Valley gereden waar we een hotel hadden geboekt.
De volgende dag hoefden we niet zo vroeg uit bed. Na het ontbijt vertrokken we rond acht uur naar Holyhead, maar een paar kilometer rijden vanaf het hotel. Om 8:30 konden we de auto aan boord van de ferry rijden, wederom een Stena HSS, en om 8:50 vertrokken we richting Ierland waar we om ongeveer 9:30 aankwamen in Dún Laoghaire (uitspraak: Dun-lierie). Eenmaal van boord reden we naar Shankill waar we een guesthouse hadden gereserveerd. Het was even zoeken voor we het Brides Glen Farmhouse hadden gevonden maar bij aankomst werden we hartelijk door Mevr. Stevenson ontvangen. Voor de middag had Hilleke een lunchafspraak gemaakt met de ouders van Deirdre, haar vriendin van vroeger toen Hilleke een aantal jaren in Ierland heeft gewoond en die nu in Canada woont en waar we in 2000 zijn geweest. De familie Nolan woont niet ver van het guesthouse, op slechts een paar minuten rijden. We werden hartelijk door hun ontvangen en hebben er van een heerlijke uitgebreide lunch genoten. Rond een uur of vier vertrokken we weer en heeft Hilleke Arjan en Ciska het huis laten zien waar ze vroeger heeft gewoond en haar school in Blackrock. De rest van de middag hebben we aan de kust in de buurt van Dún Laoghaire en Killiney Bay doorgebracht.
Wicklow Mountains
De Wicklow Mountains, een ruig, bergachtig gebied ten zuiden van Dublin, is een indrukwekkend deel van Ierland. Onze rondrit door de Wicklow Mountains begon met een bezoek aan Glendalough.
Dit is een door de heilige Kevin in de 6e eeuw gestichtte klooster gemeenschap. Gedurende zo'n 600 jaar breidde de nederzetting zich steeds verder uit. In 1398 echter werd het complex grotendeeld vernietigd door de Engelsen. De meeste gebouwen die het hebben overleefd en er nu nog staan zijn gebouwd ergens tussen de 8e tot de 12e eeuw. De ronde toren behoort tot één van de best bewaarde in Ierland. Terwijl daar rondliepen en de toren, de kathedraal en de kerk bekeken viel er zo nu en dan wat motregen. Af en aan miezerde het een beetje en dan was het weer droog. Na een wandeling langs het Lower Lake naar het Upper Lake bij Glendalough zijn we verder gereden naar Wicklow Gap. Daar was het wel droog, maar er stond een behoorlijke wind en erg warm was het ook niet, zo'n 10 graden. Vanaf de Wicklow Gap hadden we een mooi uitzicht over de omgeving. Omdat het zo hard waaide en het ook niet al te warm was We zijn snel door gereden via Blessington naar Sally Gap. Daar was verder niets te beleven en zonder te stoppen door gereden naar Lough (meer) Tay. Vanaf een hoog uitzichts punt hadden we zicht op de vallei van de twee meren. Gelukkig was het weer inmiddels wat opgeklaard. Via Enniskerry zijn we naar een pub gereden, Johnnie Fox's Pub, is de hoogstgelegen pub van Ierland. Na hier wat te hebben gedronken besloten we om hier ook maar gelijk wat te eten. Na een overheerlijke seafood maaltijd zijn we terug gegaan naar het guesthouse.
Dublin
Voor een bezoek aan de hoofdstad van Ierland, Dublin, hebben we het openbaar vervoer genomen. Met de auto zijn we naar het station van Shankill gereden en vandaar zijn we met de DART (Dublin Area Rapid Transit) naar het centrum van Dublin gegaan. Eénmaal in Dublin aangekomen zijn we eerst naar de Tourist Office gelopen. Onderweg daarheen liepen we langs het Trinity College waar we eerst naar binnen zijn gegaan om daar het wereldberoemde Book of Kells te bekijken. Dit is een rond 800 nChr. door de monniken van Iona gemaakt boek en bevat een rijkelijk geïllustreerde kopie van de vier evangeliën in het Latijn.
Je kan maar 1 bladzijde van het schitterende boek zien. Om de vijf maanden wordt een bladzijde omgeslagen, dus het duurt wel even voor je het hele boek hebt bekeken. In het Trinity College hebben we ook de Long Room bekeken, dit is de oude, 65 meter lange, bibliotheek van de universiteit met zo'n 200.000 oude boeken. In het winkeltje hebben we nog wat kaarten gekocht van o.a. het Book of Kells en vervolgens zijn we naar de Tourist Info gelopen om wat info te vergaren. Vanaf de Tourist Info zijn we naar Bewley's gelopen om daar wat te drinken en te eten. Onze wandeling vervolgde verder door de wijk Temple Bar, het uitgaanscentrum van Dublin, en de oude whiskey distilleerderij van Jameson. Daar hebben we een tour gedaan die werd afgesloten met een glas whiskey in de bar. Voor Ciska trouwens een flesje water. In de winkel nog het één en ander gekocht waaronder een fles 12 jaar oude Jameson die alleen in deze winkel is te verkrijgen en verder nergens. Via O'Connell street met de lelijke Spire of Dublin (of Monument of Light), een 120 meter hoge roestvrij stalen spits in het midden van de straat zijn we verder gelopen. Bij boekhandel Easons heeft Hilleke nog wat boeken gekocht terwijl Arjan en Ciska was foto's hebben gemaakt. We vervolgden onze wandeling naar het Hard Rock café waar we aan de bar eerst wat hebben gedronken en vervolgens hebben we in het restaurant wat gegeten. Na het eten zijn we terug gelopen naar het station om met de trein terug te gaan naar Shankill.
Ierse historie: Monasterboice, Mellifont Abbey, Newgrange en Clonmacnoise
Een rondje vroeg Ierse historie langs Monasterboice, Mellifont Abbey, Newgrange en Clonmacnoise. In Monasterboice staan de mooiste High Crosses van Ierland. Vanuit Shankill zijn we via de nieuwe snelweg M50 (althans het laatste, zuidelijke gedeelte) om Dublin heen gereden en daarna via de M1 naar het noorden.
Onderweg moesten we twee maal tol betalen voor het gebruik van de
snelwegen. Na een klein uurtje kwamen we aan in Monasterboice. Het was er erg rustig, tot er een
buslading Italianen kwam en was het gedaan met de rust. Gelukkig waren ze ook weer snel verdwenen
en hadden we de begraafplaats weer voor ons zelf. Het Muiredach's High Cross is één
van de mooiste Keltische kruisen van Ierland en bevat een aantal goed bewaard gebleven bijbelse
taferelen.
Niet ver van Monasterboice ligt Mellifont Abbey (Mellifont = Honing fontein). Mellifont Abbey is het
oudste cisterciënzer klooster van Ierland, althans de ruïnes die er nog van over zijn, veel is er namelijk niet meer van over.
Het klooster werd in 1142 gesticht in opdracht van Maelaghin, de aartsbisschop van Armagh.
Tot 1539 was de abdij oppermachtig. In dat jaar werd het gesloten en
verbouwd tot een versterkt huis. In 1690 werd de abdij door Willem III gebruikt als hoofdkwartier
tijdens de Slag bij de Boyne.
Vanaf Mellifont Abbey zijn we naar Newgrange gereden. De bewegwijzering was daarheen was
niet erg duidelijk. Het was er al erg druk toen we er aan kwamen. Eigenlijk hadden we dit als eerste
moeten bezoeken. Nu moesten we 2,5 uur wachten voor we met een tour meekonden naar Newgrange. Deze tijd
hebben we opgevuld met een uitgebreide lunch en het bekijken van de tentoonstelling over Newgrange.
De oorsprong van Newgrange, één van de belangrijkste ganggraven van Europa, is niet duidelijk.
Het graf is rond 3200 vChr gebouwd en door geen enkele overheerser vernield. In 1699 is het complex
herontdekt en in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw is het in oude staat hersteld. Rond 21 december,
de winterzonnewende, schijnt de zon tijdens zonsopgang precies door het gat boven de toegang en verlicht
daarbij de nis aan het einde van de ongeveer 19 meter lange gang die het graf in loopt.
Tijdens de rondleiding wordt dit nagedaan door het donker maken en laten schijnen van een lamp, maar dat haalt het
ongetwijfeld niet bij wat er op 21 december gebeurd. Ieder jaar is er een loterij waar je je voor kan
opgeven en daar worden 15 gelukkigen uitgeloot die het spektakel op 21 december mogen meemaken.
Na dit indrukwekkende bezoek was het al laat. We hadden ook nog naar de Hill van Tara willen gaan,
maar omdat Newgrange zoveel meer tijd had gekost was daar geen tijd meer voor.
De volgende dag, tijdens de rit van van ons guesthouse in Shankill naar ons volgende huis in Boyle,
hebben we een bezoek gebracht aan Clonmacnoise. het eerste stuk over de snelwegen M50 en M6 schiet
lekker op. Maar de M6 is nog lang niet gereed en op een gegeven moment wordt het de N6 en een 2 baans-weg.
Maar omdat het zaterdag is, is het niet erg druk op de weg en kunnen we toch behoorlijk opschieten.
Rond de middag kwamen we bij Clonmacnoise aan. Deze kloostergemeenschap is in 548 nChr gesticht door
St. Ciarán en ligt op een belangrijk kruispunt van (water)wegen in Ierland. In de loop der
tijden is het diverse malen geplunderd door onder andere de Vikingen. Het verval begon in de 13e eeuw
toen het de zetel werd van een 2e-rangs bisschop. In 1552 werd het door een Engels garnizoen uit Athlone
verwoest en restten niet meer dan wat ruïnes. Clonmacnoise is sinds 1877 een nationaal monument.
Op het terrein, mooi gelegen in een bocht van de Shannon rivier, zijn de ruïnes te vinden van
diverse tempels en een kathedraal, alsmede een tweetal ronde torens. Ook is er een aantal High Crosses
te vinden. Op het terrein staan kopieün, de originele zijn te vinden in het museum bij het
bezoekerscentrum. Na nog wat te hebben gedronken en gegeten zijn we na een uur weer vertrokken van
dit indrukwekkende monument.
TIP: Bij Mellifont Abbey hebben we ook voor ieder van ons een OPW Heritage Card aangeschaft. Met deze kaart kun
je bij veel historische plaatsen, tuinen en parken gratis naar binnen. Als je minimaal twee weken in Ierland verblijft
en regelmatig dergelijke sites bezoekt haal je de kosten er gemakkelijk uit. Zie verder https://heritageireland.ie/
voor meer informatie. Opmerking: Deze kaart is alleen geldig in de Ierse Republiek, niet in Noord-Ierland.
Blackwater en de Clonmacnoise & West Offaly Railway
In de buurt van Clonmacnoise, in Shannonbridge, is een smalspoorlijn door het Blackwater veengebied,
de Clonmacnoise & West Offaly Railway. Hier rijd je met een klein treintje door een klein deel van het
uitgestrekt veengebied waar turf wordt gewonnen.
Tijdens de rit wordt er van alles verteld over hoe tegenwoordig de turf wordt gewonnen. Onderweg stopt het treintje ook en kun je over de turf lopen en
demonstreert de machinist voor hoe de turf vroeger werd gestoken, tegenwoordig gaat het allemaal machinaal.
De spoorlijn wordt overigens ook gebruikt om de gewonnen van het terrein af te voeren. Nog steeds voorziet
turf in zo'n 10% van de Ierse electriciteits opwekking. Deze leerzame rit met het treintje door het
veengebied duurt ongeveer een uur is is zeker aan te raden als je in de buurt bent.
Na deze leuke tour zijn we naar Boyle gereden naar ons volgende huisje. Onderweg hebben we de eigenaar gebeld en een plaats afgesproken om elkaar te ontmoeten. In Boyle aangekomen moesten we even op hem wachten. Hij reed voor ons uit de stad uit via steeds smaller worden wegen en na zo'n 10 minuten kwamen we bij het huisje aan. Het ligt helemaal verlaten bij een meer en in de nabije omtrek is geen ander huis te zien. Het huisje is pas twee jaar oud en van alle gemakken voorzien: vaatwasser, wasmachine, magnetron, 2 badkamers, 2 slaapkamers, 2 televisies, een grote woon/eetkeuken en een zitkamer.
Queen Maeve Tour
Op onze eerste dag in Boyle besloten we om een route te rijden uit een boekje dat in het huisje aanwezig was, de Queen Maeve Tour over het schiereiland Coolera. Queen Maeve was de legendarische koningin van Connacht en ze is een belangrijke persoon in de Táin, één van Ierlands bekendste legendes die handelt over Cúchulainn die Ulster beschermt tegen de aanvallen van Maeve. Er zijn aanwijzigingen dat Maeve inderdaad een godin van de onafhankelijkheid is, één van de Ierse vrouwelijke godinnen van oorlog, macht en sexualiteit.
Haar dood is al even bizar, een 11e eeuwse legende vertelt dat ze door haar neef is gedood met een hard stuk kaas, afgeschoten met een katapult. Ze zou zijn begraven onder een stapel stenen op de top van de Knocknarea. Deze stapel stenen staat bekend als Miosgán Meadhbha oftewel het Graf van Maeve en is 10 meter hoog en 55 meter in doorsnede. Bijna overal tijdens deze tour kun je de berg Knocknarea zien en de stapel stenen op de top. Als eerste reden we naar Sligo, het beginpunt van de rondrit. Vanuit hier reden we langs de kust over het schiereiland Coolera. Onze eerste stop was in de badplaats Strandhill, een populaire bestemming op een mooie dag als deze. We hebben een eind over het strand gelopen. Na de wandeling hebben we wat gegeten en hebben we de tour vervolgd. De volgende stop was bij de berg Knocknarea, deze kun je beklimmen maar dat hebben we niet gedaan. Vanaf de berg zijn we naar de Megalitische begraafplaats van Carrowmore gereden, de grootste megalitische begraafplaats in Ierland en één van de oudste en belangrijkste van Europa. Er zijn diverse graven te zien waaronder een ganggraf, een stuk kleiner en minder indrukwekkende overigens dan Newgrange en een steencirkel. Na nog een aantal stops zijn we naar Aughris Head gereden. Volgens het boekje zijn er daar vanaf de kliffen diverse soorten zeevogels te ziens, maar ook zou je zeehonden en dolfijnen moeten kunnen zien. We hebben een mooie wandeling over de klif gemaakt, maar we hebben geen enkele zeehond of dolfijn gezien.
County Mayo: Céide Fields, Downpatrick Head en Lacken Strand
Een rondje door County Mayo. Onze eerste bestemming was Céide Fields, het grootste monument uit de steentijd ter wereld. Akkerland, nederzettingen en megalitische graftombes van meer dan 5000 jaar oud liggen hier onder het veen verborgen en zijn daardoor uitstekend geconserveerd. Het veen is op een aantal plaatsen afgegraven zodat de vervallen stenen muren zichtbaar zijn geworden. Ook zijn hier tijdens opgravingen aardewerken voorwerpen en een ploeg uit de steentijd gevonden.
In het bezoekerscentrum wordt een impressie gegeven van het leven van de mensen in die tijd en buiten is de stenen muur nog te zien op de plaatsen waar het veen is afgegraven. De Céide Fields liggen direct aan de kust bij een aantal spectaculaire kliffen. Helaas was het een beetje mistig zodat de kliffen niet goed te zien waren en het onderscheid tussen zee en lucht vervaagde. Vanaf de Céide Fields zijn we een klein stukje verder gereden naar Downpatrick Head. Hier is ook een enorm grote blowhole te zien midden in het veld op de klif op zo'n 100 meter vanaf het water. Een groot hoog hek moet voorkomen dat je per ongeluk een tiental meters naar beneden stort. Vanaf Downpatrick Head was het eveneens maar een klein stukje rijden naar het Lacken Strand, een erg groot vlak stuk strand waar je zelfs met de auto op kan rijden. Hier hebben we een stuk gewandeld en kon Ciska zich weer uitleven met het zoeken naar schelpen, alhoewel die er niet veel waren. Toen de vloed begon op te komen, en dat gaat vrij snel op een praktisch vlak strand, zijn we terug gelopen naar de auto om vervolgens koers te zetten naar ons huisje in Boyle.
Connemara
Connemara ligt op zo'n 2 uur rijden vanaf Boyle dus vertrokken we rond een uur of half negen. Het weer zag er niet erg uitnodigend uit, mistig en niet erg warm. Rond 10:45 kwamen we aan bij het Connemara National Park, gelukkig was het weer wat ook opgeklaard, de zon liet zich zelfs al zien. Bij aankomst in het Visitors Centre kregen we een korte uitleg over de wandelingen in het park. We hebben de lange wandeling van ongeveer een uur door het park gedaan. Aan het begin van de wandeling is er een wei waar een paar van de beroemde Connemara pony's staan. Voor Ciska het hoogtepunt van de wandeling, helaas is er geen mogelijkheid om er ook op te kunnen rijden, dat vondt ze wel erg jammer. Tijdens de wandeling waren er schitterende uitzichten over de omgeving.
Onder andere de Twelve-Bens en Diamond Hill. Ook de Atlantische oceaan konden we goed zien liggen. Een bekend plantje in het park is de St. Dabeoc's heide. Deze komt behalve in dit park in Europa ook in Spanje en Portugal voor. Terug bij het Visitors Centre hebben we nog tentoonstelling over het veen en de turfwinning bekeken. Vanuit het park zijn we naar het Ocean & Country Museum in Derryinver gereden. Vanuit het museum worden ook boottochten georganiseerd door de haven Ballinakill. Die vertrok pas om 14:30 en bij een pub in de buurt hebben we eerst gelunched voor we aan boord gingen. De tocht vaart door de haven, een arm van de Atlantische oceaan. Het foldertje beloofde diverse soorten vogels en mogelijk een verdwaalde zeehond. Veel diversiteit aan vogels hebben we niet gezien, en al helemaal geen zeehonden. Wel een zalmkwekerij waar we de zalmen uit het water zagen springen. Tijdens de vaart mochten de kinderen aan boord ook even aan het roer staan van de kapitein en ook Ciska heeft de boot even mogen besturen. Na terugkomst in de haven hebben we het Ocean & Country Museum bekeken. In dit museum is een tentoonstelling over alles wat met het leven in de oceaan bij Connemara heeft te maken te zien alsmede iets over het harde boerenleven van de vroegere bevolking in Connemara. Na bezichtiging van het museum zijn we via Clifden terug naar Boyle gereden waar we pas laat, 's avonds om 20:45, weer aankwamen. Al met al een lange en vermoeiende dag.
Rondje Lough Gara
Na onze lange dag naar Connemara hadden we voor de volgende weinig zin om weer lange afstanden te gaan rijden. In het boekje in het huisje stond ook een rondrit in de buurt van Lough Gara. En laat dat nu ook het meer zijn waar ons huisje aan ligt. Volgens de beschrijving begon de tour in Ballymote, maar hij ging ook dicht langs het huisje dus begonnen we halverwege de route. De eerste stop was bij een uitzichtspunt over het meer. Via een steeds smaller wordende weggetje moesten we daar heen. Gelukkig kwamen we geen tegenliggers tegen op dat smalle weggetje.
Eenmaal bij het uitzichtspunt aangekomen hadden we inderdaad mooi zicht op het meer in de verte. Alleen jammer dat de zon niet echt wilde meewerken, het was opnieuw zwaar bewolkt weer, wel droog, maar geen zon te bekennen. Vanaf het uitzichtspunt was het een kort ritje naar de volgende stop, het oude kerkje (althans wat er van over is) van Toomour die waarschijnlijk in de 6e eeuw is gebouwd, hier konden we verder niet goed bijkomen dus we zijn snel verder gereden naar de stad Ballymote. Daar hebben we een korte wandeling gedaan langs onder andere de Franciscaner begraafplaats, de kerk van de Onbevlekte Ontvangenis, het station en de kasteelruïne van Ballymote. Ook vonden we in Ballymote de eerste openbare speeltuin in Ierland zodat Ciska zich ook eens kon uitleven. Speeltuinen zijn hier niet echt dicht gezaaid. Na een lunch zijn we verder gereden naar Gurteen, uit de omgeving van de deze plaats komen veel bekende Ierse musici, onder andere de bekende Michael Coleman. In Gurteen is ook een Coleman Heritage Centre. We zijn er verder niet gestopt maar doorgereden naar de Carrowntemple tabletten. Deze staan op een begraafplaats die nog steeds wordt gebruikt. De 14 tabletten op de begraafplaats zijn kopieën, de originele staan in een museum in Dublin. De motieven op de stenen waren veel gebruikte Ierse kunst van de 8e tot 10e eeuw. Via de Clogher Cashel, verder niet boeiend, en de St. Attracta bron, die zou helpen tegen o.a. wratten. De laatste stop van de rondrit was bij het kasteel van Moygara, het belangrijkste fort van de familie O'Gara. In 1581 is het kasteel door kapitein Malby, gouverneur van Connacht, in brand gestoken en zijn de meeste bewoners gedood. Vanaf de restanten van het kasteel heb je een mooi uitzicht over de omgeving. Vanaf het kasteel, niet ver van ons huisje zijn we terug gereden naar Boyle.
Yeats Country
De beroemde Ierse dichter William Butler Yeats is in Dublin geboren maar al snel na zijn geboorte verhuisde het gezin naar Sligo, zijn moeder kwam oorspronkelijk uit County Sligo. Yeats kwam in zijn latere leven ook vaak naar de deze streek terug. In zijn Reveries over Childhood and Youth schrijft hij met passie over het graafschap Sligo. In het plaatsje Drumcliff is hij begraven. In deze streek is ook een autoroute uitgezet en deze begon in Sligo met een bezoek aan Sligo Abbey.

Cast a cold Eye - on Life on Death - Horseman pass by
Dit in 1253 gestichte klooster bevindt zich nog in een behoorlijk complete staat. De kloostergang
bijvoorbeeld is nog vrij compleet. Van de oorspronkelijke vier gangen zijn er nog drie aanwezig.
Ook is er tussen het schip en het koor in de kerk nog een stenen koorhek aanwezig, zeer zeldzaam
omdat ze normaal van hout en die houden het niet zo lang vol. Vanaf het klooster reden we naar
het strand bij Rosses Point. Hier heeft Ciska weer schelpen gezocht, het water vond ze te koud om
er in te gaan pootje baden. Na een korte strandwandeling zijn we doorgereden naar Drumcliff waar
Yeats ligt begraven. Na zijn graf te hebben bezocht hebben we in de aanwezige Tea room wat gegeten
en gedronken waarna we het High-Cross op de begraafplaats hebben bewonderd. Via Lissadell House
zijn we doorgereden langs de Benbulben berg (526 m) naar de Glencar waterval. Yeats schreef in het
gedicht The Stolen Child over deze waterval: There is a waterfall ... that all my
childhood counted dear.
. Na een korte wandeling door het park bij deze waterval zijn we
richting Parke's Castle gereden aan Lough Gill. Dit als vesting gebouwde herenhuis biedt een mooi
uitzicht over het meer. Het is in 1609 door kapitein Robert Parke gebouwd op de fundamenten van
een 16e eeuwse burcht. De stenen van deze burcht zijn gebruikt voor de bouw van het kasteel.
Typisch bij dit kasteel is dat er buiten de muren een zweethutje staat, de Ierse voorganger van
de sauna, deze stamt al uit de 12e eeuw. Na het bezoek aan dit kasteel hebben we aan de andere
kant van het meer nog een wandeling gemaakt bij Dooney rock. Na een steile wandeling naar boven
werd ons een mooi uitzicht over het meer geboden alhoewel er wel veel struiken het uitzicht
belemmerden. Na deze wandeling zijn we weer terug gereden naar ons huisje.
Van Boyle naar Kilmacrennan
Zaterdag 16 juli, Hillekes 42e verjaardag. Vroeg op want het was tevens de dag dat we ons leuke huisje in Boyle moesten verlaten en verder naar het noorden moesten reizen. Arjan en Ciska hebben ontbijt bij Hilleke op bed gebracht. Om 10 uur trokken we voor de laatste keer de deur van het huisje achter ons dicht. Onderweg hebben we in Boyle nog een bezoek gebracht aan de abdij van Boyle. In 1161 kwamen de eerste monniken in Boyle en bouwden daar een abdij.
In 1202 heeft Lord William de Burgh, samen met de koning van Connacht, Cathal Crovderg O'Connor, in drie dagen tijd de abdij geplunderd. In de 15e eeuw was de invloed van de abdij al behoorlijk afgenomen. In 1589 is de abdij verhuurd aan William Usher en van 1599 tot het einde van de 18e eeuw was het militair bezit en was het bekend als het kasteel van Boyle. Momenteel staat er nog steeds veel van het klooster overeind. Na het bezoek aan het klooster zijn we naar de stad Donegal in het graafschap Donegal gereden. Als eerste hebben we daar een bezoek gebracht aan het Donegal Craft Village. Dit is een centrum voor moderne kunst en ambachten. Diverse ambachten kun je daar bewonderen zoals bijvoorbeeld weven, zilversmederij, beeldhouwen, hout bewerken etc. De laatste maakte uit zeer oud hout (1000-en jaren), dat in het veen is geconserveerd, diverse kunstvoorwerpen. Bij hem hebben we een uit hout gesneden vogel gekocht. Vanaf dit centrum was het maar een klein stukje rijden naar het centrum van de stad waar we Donegal Castle hebben bekeken.
Het eerste deel van dit kasteel is aan het einde van de 15e eeuw gebouwd. In de 17e eeuw is er een uitbreiding geweest. Het gerestaureerde deel van het kasteel is ook ingericht zodat het lijkt of het kasteel nog steeds wordt bewoond. Vanaf Donegal zijn we naar Letterkenny gereden. Daar hebben we de eigenaar van ons volgende huisje gebeld en afgesproken bij een benzinestation in Kilmacrennan. Na een minuut tien waren wij daar en even later kwamen de eigenaars, Kevin en Winnie Huston, ook aangereden. We zijn hen gevolgd naar het huisje, Smiths Cottage geheten. Een leuke cottage waar we een uitgebreide uitleg kregen over hoe alles werkte, maar ook wat er allemaal in Donegal te doen en te zien was. Het huisje heeft boven 2 grote slaapkamers en beneden een één persoons slaapkamer, een grote eetkeuken en een zitkamer met open haard, TV en videorecorder. In de keuken is er een magnetron en een zogenaamde Stanley oven. Na ons te hebben geïnstalleerd zijn we naar een restaurant in Kilmacrennan gereden om ter ere van Hillekes verjaardag te gaan eten.
Church Hill Festival
De volgende dag zijn we naar Church Hill gereden, een klein plaatsje niet ver van waar we wonen. Volgens Kevin zou daar een festival zijn, dat was vrijdag al begonnen en duurde t/m vandaag (zondag). Omdat het maar een klein stukje rijden was waren we er al rond het middaguur. Maar op dat tijdstip was er nog weinig aktiviteit, er werd nog opgebouwd. We zijn zonder te stoppen doorgereden naar Gartan de geboorteplaats van St. Colmcille.
Deze in 521 nChr. geboren heilige is hoogstwaarschijnlijk in deze plaats geboren. Hij was de eerste Ierse missionaris en zijn eerste klooster stichtte hij op het eiland Iona (Schotse Hebriden) in 563. Na op deze mooie plaats van het tevens mooie weer te hebben genoten zijn we vervolgens gestopt bij het vroegere St. Colmcille's klooster op de begraafplaats van Gartan. Tegenwoordig is daar alleen de fundering nog van terug te vinden op deze begraafplaats waar ook nog de ruïne staat van een kerk die waarschijnlijk in de 16e eeuw is gebouwd door Manus O'Donnell. Naast de toegangsweg naar deze begraafplaats is ook de bron van St. Colmcille te vinden. Na hier wat te hebben rondgelopen zijn we terug gereden naar Church Hill. Daar zijn we nu even gestopt om wat te drinken. Het festival was nog steeds in opbouw, maar er zaten wel al twee dames die kinderen schminkten en daar heeft Ciska een vlinder op haar gezicht laten schminken. Daar beide lounges in Church Hill geen lunch konden serveren besloten we om terug te gaan naar ons huisje, maar we namen de verkeerde weg waardoor we uiteindelijk in Letterkenny uitkwamen. Via een omweg kwamen we zo weer terug in Kilmacrennan.
Bij een supermarkt hebben we broodjes voor de lunch gekocht en die hebben we in de tuin voor onze cottage opgegeten. Rond een uur of drie vertrokken we opnieuw richting Church Hill. Nu was het festival in volle gang en konden we onze auto moeizaam tussen de bezoekers door manoeuvreren. Ciska heeft diverse dingen gedaan, zoals eendje vangen, touwtje trekken enz. waarmee ze allerlei prijzen heeft gewonnen. Ook was er een kermis waar in een aantal attracties heeft gezeten. Na een paar keer langs alle kraampjes te zijn gelopen hadden we het wel weer gezien en zijn we terug gegaan naar onze cottage. Vanaf komende donderdag is er in Kilmacrennan ook een festival en dan zullen we daar ook eens gaan kijken. De rest van de dag hebben we lekker buiten gezeten voor ons huisje. Een cottage die zeer aan te bevelen is mocht je besluiten om een keer dit deel van Ierland te bezoeken. In de loop van de avond begon het te regenen, iets wat al was voorspeld. De hele dag hadden we al diverse donkere wolken gezien en verwachtten we ieder moment regen, maar overdag is het gelukkig droog gebleven.
Atlantic Drive en Fanad Head
Een route noordelijk van ons huisje, op aanraden van Kevin naar onder andere Fanad, een schiereiland waar niet veel mensen heen gaan. De meeste toeristen bezoeken het schiereiland Inishowen. Als eerste hebben we een gedeelte van de Atlantic Drive gedaan. Een route langs de kust van de Atlantische Oceaan. We zijn gestopt bij een uitzichtspunts bij Lough Salt. Wel mooi maar niet dat je zegt: 'Hier moet je zeker eens een keer heen gaan'. Via het plaatsje Glen zijn we naar kasteel Doe gereden dat mooi aan een zeearm van de oceaan ligt. Helaas was het kasteel gesloten dus we konden als snel onze weg vervolgen naar een uitzichtspunt bij Rinnafaghia Point. Voordat we daar waren zijn we gestopt in Downings om bij een winkel van Mc Nutts, een bekende fabrikant van tweed stof, iets voor Ciska te kopen. Maar in het winkeltje was weinig kleding te zien dat van tweed was gemaakt. Uiteindelijk hebben we er voor Ciska een mooie handgebreide trui gekocht. In het bijbehorende café hebben we koffie gedronken. Vervolgens hebben we er nog een stukje over het strand gelopen, waar we bijna uit onze kleren zijn gewaaid, alvorens we naar Rinnafaghia Point zijn gegaan. Hier hebben we een stukje over de klif gelopen.
Het waaide behoorlijk en het was een spectaculair gezicht om de hoge golven te zien stuk slaan op de rotsen. Hierbij spoot de branding soms tientallen meters omhoog en waaierde vervolgens uit over de klif. Toen we daar liepen zagen we in de verte grijze wolken aankomen, duidend op regen, en we besloten om snel terug te gaan naar de auto. Helaas niet snel genoeg want we werden overvallen door een regenbui. Door de harde wind sloegen de druppels ons als hagelstenen in het gezicht. Behoorlijk nat kwamen we bij de auto aan. Vervolgens zijn we om een grote zeearm, Broad Water, naar het schiereiland Fanad gereden. Onderweg regende het behoorlijk, maar na korte tijd begon het weer op te klaren en opeens scheen de zon weer en keken we tegen een blauwe hemel aan. Zo ging het verder de hele dag, het ene moment hadden we een behoorlijke plensbui en korte tijd later scheen de zon weer. Bij de Teastop tussen Portsalon en Fanad Head zijn we gestopt om wat te eten en te drinken. Het was behoorlijk duur, je moest voor alles apart betalen, de scones, de boter, de jam, de slagroom, etc. Toen we daar bij het afrekenen iets van zeiden kregen we wel iets terug. In de tearoom hangt geen prijslijst, alleen een klein briefje buiten aan de deur vermeld de prijzen. Mocht je hier ooit in de buurt zijn, ga dan ergens anders iets eten of drinken. Vanaf de Teastop was het een klein stukje rijden naar Fanad Head met zijn mooie witte vuurtoren. De golven waren hier minder spectaculair dan bij Rinnafaghia Point, maar desalnietemin zijn we ook hier goed uitgewaaid. Via een andere route zijn we over het schiereiland weer terug gereden naar Letterkenny waar we bij een supermarkt boodschappen hebben gedaan voor de komende dagen alvorens terug te gaan naar onze cottage. Na het eten liepen Hilleke en Ciska naar het huis van Kevin en Winnie (niet ver van onze cottage) om iets te vragen. Even later komt de oudste zoon van Kevin en Winnie vragen of Arjan ook komt om iets te drinken. Er waren ook nog twee Amerikaanse vrouwen op bezoek die in het andere huisje op het terrein verbleven en we hebben met z'n allen een gezellige avond gehad. Ook Ciska heeft zich uitstekend vermaakt met de video van Sneeuwwitje (in het Engels).
Letterkenny
Een rustig dagje naar Letterkenny, een stad niet ver van Kilmacrennan. 's Ochtends weer eens ontbeten met bacon en eggs. Dat hadden we sinds we weg zijn uit de B&B in Shankill niet meer als ontbijt gehad. Rond een uur of tien stond Winnie aan de deur, ze had voor Hilleke een afspraak gemaakt bij een tandarts in Letterkenny om half één. Ze heeft namelijk al een aantal dagen last van een zere tand. Na het ontbijt zijn we naar Letterkenny gereden en hebben de auto geparkeerd in een parkeergarage aan de Main Street, één van de langste straten van in Ierland. De tandarts zat ook in Main Street, dus die hebben we eerst opgezocht en tevens gezocht naar een internet café. Beide hebben we in Main Street gevonden en vervolgens zijn we naar de kathedraal gelopen, één van de weinige toeristische attracties in de stad overigens.
Het is dat we er nu moesten zijn, anders waren we er waarschijnlijk niet heen gegaan. Het weer was overigens erg wisselvallig, het ene moment een miezerig regentje en even later weer zon en dan begon het even later weer te regenen. De gotische St. Eunan kathedraal uit 1901 heeft diverse mooie gebrandschilderde ramen en Keltisch beeldhouwwerk. Ook vonden we er een levensgrote kerststal. De stal zelf was er niet, maar alle figuren en dieren stonden in een kapelletje. Na nog een kort bezoek aan een boekhandel om wat kaarten te kopen is Hilleke naar de tandarts gegaan en zijn Arjan en Ciska naar een internet café gegaan. Toen ze daar klaar waren belde Hilleke dat ze nog langer bij de tandarts moest blijven om een wortelkanaal behandeling te ondergaan. Ze zou bellen als ze weg ging bij de tandarts. Arjan en Ciska zijn vervolgens naar een tearoom gegaan om wat te eten en te drinken. Toen belde Hilleke dat ze klaar was bij de tandarts. Omdat er verder weinig in Letterkenny is te beleven besloten we om naar de Tourist Info te gaan om wat informatie over de stad en regio op te halen. Het was trouwens niet eenvoudig om de Tourist Info te vinden. Hij is niet in het centrum van de stad gevestigd maar er buiten en nergens staan borden die de richting aangeven. Bij de Tourist Info hebben we wat informatie over de omgeving gehaald en daarna zijn we naar het stadspark gereden waar een grote speeltuin is. Daar heeft Ciska zich een uur uitstekend vermaakt alvorens we terug gingen naar ons huisje. Het regenachtige weer nodigde niet echt uit nog langer in Letterkenny te blijven. Terug in onze cottage heeft Arjan geprobeerd de open haard aan te steken. Deze wordt met turf gestookt. En dat spul is slecht in brand te krijgen, pas na meerdere firestarters te hebben toegevoegd begon het te branden. De rest van de middag en avond hadden we een gezellig knapperend haardvuur in de zitkamer.
Rondje schiereiland Inishowen
Het schiereiland waar de meeste toeristen heengaan is Inishowen. Via Letterkenny zijn we we eerste naar Grianán of Ailéach gereden. Dit is een zeer oud stenen ringfort van minstens 2000 jaar oud. Het rond 1870 gerestaureerde fort staat bovenop een heuvel vanwaar een schitterend uitzicht over de omgeving wordt geboden. Het perfect ronde fort van 23 meter in doorsnede heeft aan de voet muren van 4 meter dik. Toen we bij het fort aankwamen waren daar ook de Amerikaanse dames die in het andere huisje van Kevin en Winnie verblijven. Na een rondwandeling over de muur van het fort zijn we verder Via de Gap of Mamore naar Fort Dunree gereden. In 1798 is hier een klein fort gebouwd tegen de dreigende Franse invasie en eind 19e eeuw is het vergroot en gemoderniseerd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er Ierse militairen gehuisvest die moesten voorkomen dat de oorlogvoerende landen de Ierse neutraliteit schendden. Sinds 1986 is Fort Dunree een militair museum. Een bezoek aan dit fort is aan te raden, zeker voor degenen die geïnteresseerd zijn in militaire historie. In Ballyliffin hebben we vervolgens in een hotel gelunched en daarna vervolgden we onze rit naar Malin Head, het noordelijkste puntje van het Ierse vasteland. De kliffen zijn er niet zo hoog en het is er minder spectaclair dan Fanad Head. Na een korte wandeling over het klif reden we verder over het schitterende schiereiland. Via smalle bochtige weggetjes over heuvels en door valleien met regelmatig zicht op de oceaan of een zeearm daarvan. In Buncrana wilden we met de ferry Lough Swilly over steken Rathmullan zodat we niet weer om het hele meer heen hoefden te rijden. Helaas waren we net te laat om de ferry van vijf uur te halen en moesten we 1 uur en 20 minuten wachten voor de volgende overtocht (de oversteek duurt een half uur en er is maar één boot). In die tijd hadden we ook om kunnen rijden, maar we besloten om met Ciska naar de naast de ferryhaven gelegen speeltuin te gaan waar ze zich nog een uur heeft kunnen vermaken. Rond een uur of zes reden we naar de ferry en tegen zeven uur kwamen we aan de overzijde in Rathmullan aan. Vandaar was het nog een half uur naar Kilmacrennan.
Ardara, Glencolmcille, Slieve League en Donegal
Vroeg op de volgende dag want we wilden naar het zuid-westen van Donegal, een aardig eindje rijden vanaf Kilmacrennan. Dus om 8:15 zaten we al in de auto richting Ardara, het centrum van de weefkunst in Donegal. Na een uur rijden waren we in Ardara en wilden we het Heritage Centre bezoeken. Maar dat ging pas om 10:30 open en we waren tenslotte niet zo vroeg opgestaan om vervolgens in Ardara bijna anderhalf uur te gaan wachten. Dus het Heritage Centre hebben we maar gelaten voor wat het is. We zijn vervolgens naar het 'Donegal Tweed Visitors Centre' gelopen. Dat was wel open en we hebben er een wever aan het werk gezien. Onze volgende stop was Glencolmcille waar we het Folk Village Museum hebben bezocht. Hier wordt het plattelandsleven van Donegal in vroeger tijden uitgebeeld.
Het is in 1967 opgericht door Father James Mc Dyer die in 1951 naar deze plaats kwam en zich het lot van de arme bevolking aan trok en de mensen aanmoedigde om kunstnijverheidsbedrijfjes te beginnen. In het openlucht museum zijn cottages ingericht uit diverse periodes en hierdoor kun je mooi zien hoe de inrichting van de huizen in de loop der eeuwen is veranderd. In de omgeving van Glencolmcille hebben we ook nog gezocht naar Turas (Standing Stones). Deze stenen zijn volgens de overlevering door St. Columba van kruizen voorzien en zo tot een christelijk symbool gemaakt. Nog steeds komen jaarlijks vele pelgrims op bedevaart naar deze Turas. Vanaf Glencolmcille is het niet ver meer naar Slieve League, met bijna 600 meter de hoogste kliffen van Europa. Via een smalle, steile en kronkelige weg kwamen we op een parkeerplaats vanwaar we de kliffen zouden moeten kunnen zien. Helaas zaten ze in de wolken zodat we de kliffen niet in hun volle glorie konden aanschouwen. We hebben nog een tijdje gewacht en een wandeling gemaakt in de hoop dat de zon de wolken zou verdrijven, maar helaas. Dus toen het er echt naar uitzag dat de wolken op korte termijn zouden verdwijnen zijn we omgekeerd en naar Carrick gereden waar we hebben gelunched. We hadden ook nog het plan om met een bootje de zee op te gaan om zo de kliffen vanuit de zee te bekijken, maar ook na de lunch zaten de toppen van de bergen nog steeds in de wolken, dus dat hebben we maar voorbij laten gaan. Via Killybegs zijn we naar de stad Donegal gereden, daar was ook een spoorweg museum (Donegal Railway Heritage Centre) dat we hebben bezocht. We kwamen daar om half vijf en het sloot om vijf uur. De dame bij de kassa liet ons er daarom maar gratis in. Achteraf maar goed ook, want zo'n bijzonder interessant spoorweg museum is het niet. Er staan binnen wat modeltreinen en buiten staat welgeteld 1 lokomotief en 1 wagon. Er rijdt wel een modeltreintje buiten rond een boom waar Ciska zich uitstekend mee heeft vermaakt door er mee mee te rennen. Daarna hielden we het voor gezien voor vandaag en zijn we naar onze cottage terug gegaan.
Vandaag begint in Kilmacrennan ook het festival dat in totaal vier dagen duurt en vanavond is er Iers
dansen. Hilleke wilde Ciska laten zien hoe dat er uit ziet. Dus na het TV journaal van negen uur
met de nieuwe aanslagen in Londen en de begrafenis van het Ierse meisje dat bij de aanslag
in Kusadasi was omgekomen, zijn we naar het dorp teruggereden. In de 'New Hall' was het Iers dansen.
Bij aankomst was er nog weinig te doen. De band zat op het podium, maar speelde niet en er waren nog
maar weinig mensen. Omdat we niet zo lang wilden blijven mochten we gratis naar binnen. Pas om een uur
of tien begon het wat voller te worden en begon de band te spelen. Het publiek bestond hoofdzakelijk
uit al wat oudere mensen, de jeugd heeft weinig interesse meer in de traditionele Ierse dansen. Na
een uur en diverse dansen te hebben gezien zijn we terug gegaan naar onze cottage.
Glenveagh National Park en Dunlewey Lakeside Centre
De laatste dag in Ierland voordat we naar Noord-Ierland vertrekken blijven we in de buurt van ons huisje. Ons eerste bezoek deze dag is aan het Glenveagh National Park, slechts 15 km rijden. Glenveagh National Park is met zijn 16.000 ha het grootste nationale park van Ierland. In het park bevindt zich ook Glenveagh Castle dat in 1870 door John Adair is gebouwd. Hiervoor heeft hij veel families na de Grote Hongersnood (1845-1849) uit dit gebied verdreven omdat ze zijn uitzicht op de vallei bedierven.
Vanaf het Visitor Centre is het zo'n 3,5 km naar het kasteel en er rijden regelmatig minibusjes heen en weer (gratis met de OPW Heritage Card). In het kasteel konden we alleen rondkijken met een begeleide toer, je mag niet op eigen houtje door het kasteel lopen. Omdat het kasteel pas in de jaren 80 van de vorige eeuw door de laatste bewoner is verlaten is het nog volledig ingericht en erg mooi om te zien. Bij het kasteel zijn ook een aantal schitterend aangelegde tuinen met een aantal zeldzame bloemen en bomen. Na de toer door het kasteel hebben we een wandeling door deze schitterende tuinen gemaakt. Aan het einde van de wandeling heeft Ciska zich nog even in de speeltuin vermaakt. Daarna zijn we naar het Dunlewey Centre gereden, op minder dan 20 km van het park. We zijn hier voor Ciska heen gegaan. Er was een aantal dieren te zien en er is een grote speeltuin waar Ciska zich weer kon uitleven. Samen met Arjan heeft ze nog in een waterfiets gezeten en we hebben verder nog een rondvaart gemaakt over Lough Dunlewey. Na de korte rondvaart zijn we nog even het winkeltje in geweest alvorens we terug naar huis gingen. Na het eten hebben we alvast wat spullen bij elkaar gezocht en ingepakt zodat we morgen zo snel mogelijk weg kunnen. Winnie had gevraagd of we rond een uur of tien konden vertrekken zodat ze het huisje nog kon schoonmaken voor de volgende bewoners.
Van Kilmacrennan naar Randalstown
Zaterdag 23 juli. Vroeg op om de laatste spullen in te pakken. Om een uur of kwart voor tien waren we gereed om te vertrekken en was het wachten op Kevin en Winnie. Niet veel later waren ze er ook. Nog wat gepraat over hoe het was geweest en dat we het zo'n leuke cottage vonden. Na afscheid te hebben genomen zijn we vertrokken. Omdat we pas rond een uur of drie in ons nieuwe huis in Randalstown worden verwacht moeten we de tijd opvullen omdat het nog geen anderhalf uur rijden is. We zijn daarom nog naar de Newmills Corn & Flax Mills in Letterkenny gereden. Dit zijn gerestaureerde koren- en vlasmolens die door waterkracht worden aangedreven. De korenmolen wordt een aantal malen per jaar nog gebruikt om koren te malen.
Na een video over de historie van het complex te hebben bekeken kregen we een rondleiding door de korenmolen. Het grote waterwiel, de grootste in Ierland (7,63 meter doorsnede, 3 rpm, 8 pk), drijft het geheel nog steeds aan en tijdens de rondleiding worden ook de diverse door waterkracht aangedreven machines gedemonstreerd. De vlasmolen konden we zelf bekijken maar is niet meer in werkende staat, er staan ook nog maar een paar machines en we vonden de vlasmolen dan ook minder interresant dan de korenmolen. Na dit boeiende complex te hebben bekeken zijn we naar Letterkenny zelf gereden om in een internet café de email te checken en vervolgens zijn we ergens gaan lunchen. Omdat we de stad al hadden bekeken zijn we daarna richting Noord-Ierland gereden. De grens ben je over voor je er erg in hebt, nergens staat een bordje of iets dergelijks. Ineens zijn ook snelheden en afstanden in mijlen ipv kilometers. In Claudy hebben we Valerie, de beheerster van de cottage, gebeld met de verwachte aankomsttijd. Vanaf Claudy ging het verder over de snelweg richting Belfast en bij Randalstown gingen we er af. We hadden de cottage, de Ballealy Cottage, snel gevonden alhoewel de laatste 800 meter er heen over een boerenpad gaat langs weilanden met koeien en door hekken. Valerie stond ons al op te wachten en heeft ons een rondleiding door het enorme pand gegeven. De Ballealy Cottage is gebouwd in ongeveer 1865 als het huis van de jachtopziener op het landgoed van Shane's Castle.
Beneden zijn 2 slaapkamers en nog een gastenkamer met een bedbank, een zitkamer, een eetkamer, een keuken en een douche/toilet. Boven zijn nog een grote slaapkamer en een gigantische badkamer met toilet. Dit alles is gebouwd rond een kleine binnenplaats. Leuk detail in de gastenkamer is de ouderwetse handwasmachine die, gemetseld in een hoek, nog steeds aanwezig is. Om hem vroeger te gebruiken moest je 0,5 mijl verderop water uit een put halen en in de bak doen. Daaronder moest een vuurtje worden gestookt om het water te verwarmen waarna je de was met de hand kon doen. Gelukkig hoeven we deze niet te gebruiken en is er, in tegenstelling tot wat de documentatie vermeld, wel een gewone wasmachine aanwezig in de ruime keuken waarin zich ook een normale elektrisch fornuis bevindt. We hoeven dus niet te koken op het ouderwetse Stanley fornuis in de eetkamer. De gastenkamer hebben we gebombardeerd tot speelkamer voor Ciska. Dit huis hebben we gereserveerd via de Irish Landmark Trust, een organisatie die markante, meestal oude, gebouwen koopt en restaureert en daarna verhuurt. Dit zijn dan bijvoorbeeld vuurtorens, kastelen, scholen en bijzondere huizen zoals de Ballealy Cottage waar wij verblijven.
Rondje Lough Neagh
De eerste hele dag in Noord-Ierland zijn we begonnen met uitslapen. De weersvoorspelling was toch niet denderend voor deze dag, dus we zien wel wat we gaan doen. We hebben laat ontbeten en zijn tegen 12 uur vertrokken. In tegenstelling tot de voorspelling zag het weer er echter stralend uit. Voor het eerst in lange tijd zagen we weer eens een stralend zonnetje aan een blauwe hemel met wat liefelijke witte wolkjes zo hier en daar in plaats van een volledig grijs-witte hemel zoals de afgelopen dagen. Omdat we verder voor deze dag nog geen plannen hadden besloten we om rond Lough Neagh (uitspraak: Log Nee) te rijden, met 400 km2 het grootste meer van Groot-Brittanië. Vanuit Randalstown zijn we tegen de klok in om het meer gereden. Via Toome zijn we naar The Battery gegaan, daar was voor Ciska een leuke speeltuin en er waren bankjes zodat we van het mooie weer en het uitzicht over het meer konden genieten. Nadat Ciska zich hier een tijd had uitgeleefd zijn we naar het nabij gelegen Ardboe gereden om het 10e eeuwse High-Cross te bekijken.
Volgens de Lonely Planet één van de best bewaarde High-Crosses in Ierland, maar eerlijk gezegd vonden we die in Monasterboice en Clonmacnoise een stuk mooier. Bij deze zijn er stukken afgebroken en hij ziet er meer verweerd uit. Na wat foto's waren we dan ook snel weer vertrokken naar Oxford Island aan de zuidkant van het meer. Oxford Island is een natuur reservaat waar vooral veel vogels kunnen worden gezien en het is ook een populaire toeristische attractie. Er kunnen wandelingen door het gebied worden gemaakt en vandaar vertrekken ook boten voor een rondvaart over het meer. We hebben een wandeling gemaakt en vanuit een vogelobservatiehut langs het meer een aantal vogels bespied waaronder reigers, eenden, futen en diverse meeuwsoorten. Het gebied is ook populair bij de lokale bevolking, zeker op dagen met mooi weer, voor watersport, BBQ-en, etc. Er is een speeltuin en een peuterbad voor de allerkleinsten. Hadden we dit geweten, dan waren we wel eerder vertrokken vanmorgen zodat we hier wat meer tijd hadden kunnen doorbrengen. Rond een uur of vier zijn we weer vetrokken en zijn we langs de oostkant van het meer richting Antrim gereden via allerlei smalle, bochtige weggetjes. In Antrim zijn we naar het Loughshore Park gereden om daar nog even aan de oever van het meer wat te eten en te drinken. Er waren daar heel veel zwanen en Ciska was uitermate geïnteresseerd in de 5 jonge zwanen en ze vond het erg jammer dat we geen brood voor ze hadden meegenomen. Vanaf Antrim was het vervolgens nog maar een klein stukje rijden naar onze Ballealy Cottage.
Causeway Coast
De volgende dag zijn we toch maar weer wat vroeger opgestaan, we willen een deel van de Causeway Coast gaan rijden. In ieder geval willen we de Bushmills Distillery bezoeken en de Giants Causeway. Het weerbericht gisteren op de radio (ons huisje heeft geen TV) voorspelde het zelfde weer als zondag, alleen iets koeler. Maar toen we opstonden zag de lucht grijs en grauw. Geen spoortje blauw of zon te bekennen. Na het ontbijt zijn we vertrokken naar het plaatsje Bushmill om daar de plaatselijke distilleerderij te bezoeken van de gelijknamige whiskey. Onderweg daarheen hadden we zelfs diverse regenbuien. Het weer leek in niets op dat van gisteren, de temperatuur lag slechts rond de 12°, dit in tegenstelling tot de 20° van zondag. Na een uurtje rijden waren we bij de distilleerderij, precies op tijd voor de rondleiding. Als eerste kregen we een film te zien over de historie van het bedrijf, vervolgens een rondleiding. Helaas was de distilleerderij niet in werking omdat ze bezig waren met het groot jaarlijks onderhoud. Ook mochten we er niet filmen of fotograferen ivm mogelijk explosiegevaar door de overal aanwezige alcoholdampen.
Na de rondleiding kwam datgene waar iedereen naar uit had gekeken, de bar voor het drinken van een glas whiskey (voor kinderen water of frisdrank). Er was daar ook een proeverij met 8 verschillende soorten whiskeys waar Hilleke zich voor had opgegeven: Bushmills 6 jaar, John Power & Son, Jameson, Johnnie Walker, Jim Bean Bourbon, Black Bush, Bushmills 10 jaar en een Schotse Glenfiddich. Na afloop kreeg ze een certificaat dat ze nu volleerd Ierse Whiskey Proever is. Na in de winkel wat Bushmills memorabilia te hebben aangeschaft, waaronder onze 3e fles whiskey deze reis, een 16 jaar oude Bushmills Malt. Na deze stop wilden we met het treintje van Bushmill naar de Giants Causeway, maar dat reed net weg toen we kwamen aangereden en de volgende ging pas 2 uur later. We besloten daarom om naar de ruïnes van Dunluce Castle te rijden. Deze staan aan de rand van een klif. In 1639 is tijdens een storm een deel van het klif samen met de keuken van het kasteel in zee gestort. Zeven bedienden en het diner van die avond verdwenen eveneens in de golven. Een interresante ruïne die deels wordt gerestaureerd.
Vanaf het kasteel zijn we met de auto naar de Giant's Causeway gereden en hebben we het treintje gelaten voor wat het is. Volgens de legende zou de reus Fion MacCool de Giant's Causeway hebben gemaakt. Hij werd verliefd op een vrouwelijke reus uit Staffa, een eilandje in de Hebriden, en bouwde de Giant's Causeway zodat ze in Ulster bij hem kon komen wonen. Als we deze legende niet geloven, dan ontstond dit natuurwonder waarschijnlijk zo'n 60 miljoen jaar geleden tijdens grote vulkanische uitbarstingingen. Door de afkoeling van de lavalaag kromp het basalt en barstte het waardoor veelhoekige blokken werden gevormd die aan de onderzijde nog met elkaar zijn verbonden. Na een tijdje over de blokken te hebben geklauterd zijn Arjan en Ciska naar het Orgel gelopen, een aantal hoge, op orgelpijpen lijkende, basaltkolommen. Hilleke had geen zin om dat eind naar boven te lopen en heeft bij de Voet van de Reus op een bankje gewacht. Het weer was trouwens inmiddels al behoorlijk opgeklaard. Tijdens de rondleiding bij Bushmills hadden we nog wat miezer regen, maar inmiddels was het al een stuk warmer en was ook een deel van de bewolking verdwenen en had plaatsgemaakt voor blauwe lucht met zo af en toe een zonnetje.
Vanaf de Giant's Causeway zijn vervolgens naar de Carrick-a-rede touwbrug gereden. Een 20 meter lange en 1 meter brede touwbrug die op zo'n 25 meter boven het water hangt en de verbinding vormt van het vasteland met het eilandje Carrick-a-rede. Vanaf de parkeerplaats was het overigens nog een stevige wandeling van een kilometer naar de brug. Op de brug is het 1-richtingsverkeer en aan beide zijden staan mensen het 'verkeer' over de brug te regelen. Eenmaal over de wiebelige brug hebben we wat over het eilandje gelopen en langs de steile kliffen naar beneden gekeken. Het is behoorlijk hoog en een val overleef je zeker niet. Vervolgens zijn we over de brug weer terug gelopen en naar Ballycastle zijn gereden om te informeren naar vaartijden van de ferry naar Rathlin Island. Daar willen we morgen heen om o.a. de papegaaiduikers te bekijken. We hebben gereserveerd voor de boot van 10 uur heen en om 3:30 terug. Vervolgens hebben we in een restaurant in Ballycastle gegeten alvorens terug te rijden naar onze cottage.
Rathlin Island
De volgende dag moesten we om 9:45 in Ballycastle zijn om in te schepen voor de ferry van 10 uur. We vertrokken om 8:15 en tegen half tien waren we bij de ferry terminal. We hebben de auto geparkeerd, die mag niet mee naar het eiland, en in de terminal hebben we onze tickets gehaald. Rond kwart voor tien konden we op de boot, een veredelde veerpont waar ze met plastic stoelen op het dek een passagiersboot van hadden gemaakt. Om 10 uur vertrokken we voor de overtocht van 45 minuten en tegen 11 uur stapten we van de boot op het eiland. De bus die ons naar het Seabird Viewpoint bij het West Lighthouse zou brengen stond al klaar en we konden direct instappen. Na een rit van zo'n 20 minuten waren we bij het viewpoint. Vanaf hier heb je een goed zicht op de grote kolonies zeevogels die hier op de kliffen leven: meeuwen, alken, aalscholvers, zeekoeten, jan van genten en natuurlijk de papegaaiduikers.

Voor de laatste waren we gekomen, Ciska is helemaal dol op deze vogels. De beste tijd om ze te zien is van mei tot begin augustus, we waren dus nog net op tijd. Vanaf grote hoogte konden we in de diepte inderdaad de papegaaiduikers zien. Gelukkig stonden er bij het viewpoint vogelkijkers en kon je verrekijkers lenen om ze goed te kunnen zien. Ook de cameras konden ze net zichtbaar maken. Omdat het er behoorlijk waaide en het er ook niet erg warm was zijn we na 40 minuten met de volgende bus weer terug gegaan naar de haven. Daar wilden we het Visitors Centre bekijken, maar dat was gesloten en zijn we bij een souvenier winkel binnengelopen. Vervolgens hebben we een stukje langs de kust gelopen richting Mill Bay waar volgens de folder die we hadden zeehonden op het strand zouden liggen. Die waren er inderdaad, niet veel, maar genoeg voor Ciska. Na de zeehonden te hebben bewonderd zijn we weer terug gewandeld en hebben we in een restaurantje wat gegeten. De tijd na het eten en voordat we weer bij de boot moesten zijn die om 15:30 vertrok hebben we in een speeltuin doorgebracht waar Ciska zich weer uitstekend heeft vermaakt. Om 15:15 zijn we naar de boot gelopen voor de tocht terug naar Ballycastle waar we na aankomst langs de Tourist Info zijn gegaan om te vragen waar een internetcafé is. Een internetcafé is er niet in Ballycastle, maar als we wilden internetten moesten we naar de bibliotheek gaan. Het kostte wat moeite om die te vinden, we verwachtten een tamelijk groot gebouw, maar dat bleek niet zo te zijn. Na de mail te hebben gechecked zijn we terug gereden naar Randalstown.
Belfast
Een bezoek aan Belfast mag niet ontbreken bij een vakantie in Noord-Ierland. De hoofdstad ligt op slechts een half uur rijden via de snelweg van onze cottage. We hebben de auto geparkeerd op een parkeerterrein net buiten het centrum van de stad en lopend zijn we Royal Avenue richting Donegall Place gelopen waar het stadhuis staat. Eerst echter zijn we naar het Belfast Welcome Centre geweest voor wat informatie over de stad. Voor het stadhuis staat een gedenkteken voor de slachtoffers van de ramp met de Titanic. Dit schip is namelijk op de scheepswerf van Harland & Wolff in deze stad gebouwd.
Bij het stadhuis zagen we ook een bus voor een stadsrondrit. De chauffeur van de lege bus heeft ons meegenomen naar het beginpunt van deze hop-on hop-off bustour. Daar hebben we kaartjes gekocht van £9,= pp. Ciska was nog gratis. Omdat het vandaag, in tegenstelling tot de afgelopen 2 dagen, erg mooi weer was zijn we boven in de open lucht gaan zitten om behalve van de stad ook van de uitbundig schijnende zon te kunnen genieten. Tijdens de ongeveer 70 minuten durende rit reden we langs diverse bezienswaardigheden van Belfast. Dat zijn er overigens niet zo veel, een echt boeiende stad blijkt het niet te zijn. Als eerste kwamen we langs de Albert Clock, een klok die scheef staat omdat onder de grond een rivier loopt en de klok is gebouwd op zachte grond en is daardoor in de loop der jaren scheef gaan staan. De route vervolgde naar Queen's Road, de langste weg van Belfast zonder pubs. Als eerste op de weg reden we langs het Odyssey Complex, een groot sport- en uitgaanscentrum met een sport arena, bioscoop, restaurants, cafés, etc. Daarna volgde de werf van Harland & Wolff met het gebouw waar destijds de Titanic is ontworpen. Nu vervallen, maar men wil er in de toekomst een Titanic museum van maken. Buiten staan nog drie oude havenkranen die destijds zijn gebruikt tijdens de bouw van het schip. Aan de andere zijde van de weg ligt de huidige werf. Er worden geen nieuwe schepen meer gebouwd, er worden alleen nog schepen gerepareerd en afgebouwd. Wel zijn er nog de twee enorme gele kranen die bekend staan als Samson en Goliath en de skyline van Belfast domineren. De grootste van de twee is meer dan 100 meter hoog en 140 meter lang. De Titanic kom je overigens op meer plaatsen tegen in de stad. Het eerste Thaise restaurant dat zich in Belfast vestigde heet dan ook 'Thai tanic'. Als je in Belfast bent kun je niet buiten de conflicten tussen de protestanten en de katholieken. Dit is het beste zichtbaar in het westen van de stad. Hier vind je ook de muurschilderingen in Shankill Road (protestanten) en Falls Road en daar rijdt de bus door de interface gebieden waar de katholieken en protestanten door elkaar wonen.
Verder zien we de Peace Wall, een 6 meter hoge muur van staal en beton die de katholieke en protestantse wijken van elkaar moet scheiden. In de muur zijn poorten die overdag geopend zijn, maar 's avonds en 's nachts gesloten zijn. We rijden ook langs de Solidarity Wall, een verzameling muurschilderingen die de republikeinse sympathie uiten met o.a. de Palestijnen, Koerden en Basken. Al met al een bijzonder en indrukwekkend deel van Belfast om doorheen te rijden. Langs de universiteit, de botanische tuin zijn we terug gereden naar het beginpunt. Hoewel het een hop-on hop-off toer was zijn wij er nergens vanaf gegaan. Na deze boeiende toer hebben we eerst geluncht waarna we naar de Crown Liquor Saloon zijn gelopen. Dit is de bekendste bar van Belfast met uitbundige Victoriaanse decoraties. Na even binnen te hebben gekeken zijn we naar de Lagan rivier gelopen die de stad in 2-en deelt. We hebben een korte wandeling langs het water gemaakt waarbij we op een gegeven moment de kop van een zeehond boven het water zagen uitkomen. Naar later blijkt is dit heel normaal hier, de zeehonden zwemmen achter de zalmen aan de rivier op en kunnen daarbij een heel eind van de zee af zwemmen. Langs de rivier zagen we een bord voor boottrips over de rivier. Omdat we de meeste dingen van de stad wel hadden gezien leek ons dat een aardige opvulling voor de rest van de middag. De trip duurde ruim een uur waarbij we overigens hoofdzakelijk langs industriegebieden en woonwijken voeren. Weinig boeiends om eerlijk te zijn. Terug in de stad zijn we langzaam terug gelopen naar de auto langs onder andere de Albert Clock. Bij de Albert Clock zijn een aantal fonteinen in de straat gemaakt die onregelmatig spuiten. Voor de lokale jeugd zijn deze een uitdaging om er door heen te lopen en er zo droog mogelijk uit te komen. Na nog langs de St. Anne's Cathedral te zijn gelopen zijn we in de auto gestapt en terug gereden naar Randalstown.
Marble Arch Caves
Donderdag 28 juli, voor de verandering maar weer een keer vroeg op deze dag. De weersvoorspelling voor deze dag is regen, en met regen kun je het beste iets binnen bezoeken. In dit geval een grot, de Marble Arch Caves. Deze zijn echter bij de grens met de Ierse Republiek, vlak bij Enniskillen, zo'n kleine 150 km rijden. We hadden ze waarschijnlijk beter kunnen bezoeken toen we nog in Kilmacrennan zaten of wellicht zelfs vanuit Boyle. Om 8:15 reden we weg en 2,5 uur later, tegen 10:45 waren we bij de grot. Op de radio hoorden we dat een deel van de stad Omagh was afgesloten ivm een bommelding dus hebben we een andere, iets langere, route genomen. We konden de grot in met de tour van 11 uur, dus dat ging lekker vlot.
In de grotten moesten we eerst een stukje met een bootje over de ondergrondse Cladagh rivier. Daarna vervolgden we te voet de ongeveer 1 uur durende rondleiding door de grotten. We vonden deze niet zo spectaculair, we hebben in de afgelopen jaren wel mooiere gezien. Maar er waren wel een aantal mooie stalactieten (hangen aan het plafond), er zijn overigens maar weinig stalagmieten (staan op de grond) in de grot. Wat ook erg mooi was, was de weerspiegeling in het zeer heldere water van de ondergrondse rivier, van de kleine stalagtieten die er net boven hingen. Het leek een beetje op een verdronken stad. Helaas was het niet te fotograferen. De tour eindigde met een klim, volgens de gids 153 treden maar ons leek het geen 153 treden omhoog. Eenmaal weer boven hebben we in de kleine tearoom nog wat gegeten en gedronken alvorens we naar Derry (Londonderry) reden, een rit van nog eens bijna 2 uur. Onderweg daarheen zijn we nog even Ierland ingereden omdat we nog kaarten moesten posten waar we al een Ierse postzegel op hadden geplakt en we daar vergeten waren te posten.
Derry
Onderweg naar Derry waren op de radio alle nieuwsbulletins extra lang ivm het bestand dat de IRA heeft afgekondigd om alle wapens in te leveren en vanaf nu alleen nog middels overleg tot een oplossing van het Noordierse conflict proberen te komen. Ook waren er interviews te horen met nabestaanden van slachtoffers van de aanslagen die de IRA in het verleden heeft gepleegd. Zij waren het er over eens dat de IRA niet te vertrouwen is en dat ze zich ook moeten verontschuldigen tegenover de nabestaanden van de mensen die door toedoen van de IRA zijn overleden. Een bezoek aan de stad Derry is op dit moment dan wel bijzonder omdat daar op 30 januari 1972 14 mensen om het leven kwamen omdat Britse soldaten het vuur openden op een groep betogers.

Op die zondag betoogden zo'n 20.000 burgers tegen de opsluiting van mensen zonder enige vorm van een gerechtelijk proces. Deze dag is vervolgens de geschiedenis ingegaan als 'Bloody Sunday'. Eenmaal in de stad aangekomen hebben we de auto nabij het centrum en de Tourist Info in een parkeergarage gezet en zijn we bij de Tourist Info informatie over een rondwandeling over de stadsmuur gaan halen. Deze stadmuur loopt nog in zijn geheel rond het oude gedeelte van de stad en is 8 meter hoog en is op sommige plaatsen wel 9 meter breed. Vanaf de muur heb je een goed uitzicht over de stad buiten de muren. Ook de wijk 'The Bogside' is te zien met zijn muurschilderingen die tussen 1997 en 2001 zijn gemaakt door Tom Kelly, William Kelly en Kevin Hasson. De schilderingen beelden belangrijke gebeurtenissen uit van de conflicten zoals de 'Battle of the Bogside', 'Bloody Sunday' en de hongerstaking van 1981. Ook bevindt zich in deze wijk het monument voor de slachtoffers van Bloody Sunday. Tijdens de rondwandeling zijn we ook het 'Craft Village' ingelopen, een aantal winkeltjes waarin diverse ambachtelijke spullen kunnen worden gekocht, alhoewel het eigenlijk meer een veredelde wijk met alleen souvenierwinkeltjes is. Toen we de rondwandeling over de muur hadden voltooid zijn we nog even de wijk Bogside ingelopen om de schilderingen en het Bloody Sunday monument te kunnen bekijken. Daarna zijn we de stad ingegaan op zoek naar een restaurant. We hebben lekker gegeten in Fitzroy's restaurant alvorens terug te rijden naar Randalstown.
Carrickfergus Castle
Onze laatste volledige dag in Ierland is aangebroken. Deze dag nog maar eens uitgeslapen, morgen moeten we erg vroeg op om de ferry naar Engeland te halen. En omdat de weersvoorspelling hetzelfde was als gisteren, regen, nodigde het weer ook niet echt uit om op te staan. In eerste instantie hadden we niets meer gepland voor vandaag, maar we hebben besloten om alleen nog Carrickfergus Castle te gaan bekijken, ten noordoosten van Belfast. Na een kort ritje waren we even na 11 uur bij het kasteel. Onderweg hadden we wel behoorlijk wat regen gehad, maar bij het kasteel was het nog droog. Het kasteel is in 1180 gebouwd door John de Courcy om de ingang naar Belfast Lough te bewaken.
Het is het best bewaarde kasteel van Ierland en tot 1928 is het bewoond geweest. In de loop der tijd heeft het kasteel diverse verbouwingen gekend zoals bijvoorbeeld het verbreden van de borstwering om er kanonnen op te kunnen plaatsen. In juli 1690 heeft Willem III zich in het kasteel voorbereid op de slag bij de Boyne. In het kasteel staan op diverse plaatsen levensgrote poppen die soldaten moeten voorstellen zoals bijvoorbeeld boogschutters, een groep kanonniers en een ridder te paard. Dit maakt het kasteel voor kinderen extra leuk en Ciska was niet weg te slaan bij de mooiste poppen. Zelfs bijvoorbeeld honden zijn niet vergeten op diverse plaatsen. Na de rondwandeling door het kasteel zijn we naar de Tourist Info gelopen om te vragen waar een internetcafé is. Die is er niet in Carrickfergus maar we kunnen in de bibliotheek terecht. Alvorens daarheen te gaan hebben we eerst geluncht in het pand waar ook de Tourist Info is gevestigd. In de bibliotheek hebben we onze email gelezen en verstuurd en daarna zijn we terug gereden naar ons huis om daar alvast de spullen bij elkaar te gaan zoeken voor de reis van morgen naar Horseheath bij Cambridge in Engeland.
Naar Cambridge in Engeland
Zaterdag 30 juli. Op het onmenselijke tijdstip van 5 uur loopt de wekker af. De boot vertrekt om 7:40 vanuit Belfast, zo'n 3 kwartier eerder aanwezig en een half uur rijden maakt dat we rond 6:15 moeten vertrekken.
Deze ochtend hebben we niet in het huisje, zeg eigenlijk maar villa, ontbeten. Dat gaan we op de boot doen. Na de laatste spullen bij elkaar te hebben gezocht en in de auto te hebben geladen zijn we inderdaad om 6:15 weg gereden. Terwijl we onze 800 meter lange oprit afreden, zagen we plots in een weiland voor ons drie herten. We zijn even gestopt om ze vanuit de auto te bekijken. Dit was de eerste keer dat we in de buurt van onze cottage herten zien. Het staat namelijk vlak bij Randalstown Forest waar veel herten te zien zijn en het huis was vroeger de woning van een jachtopziener. Eén van de bijgebouwen bij het huis heet ook de Venison Store, oftewel de hertenvlees schuur. Andere ochtenden hadden we al wel konijnen in het gras voor het huis gezien en ook een eekhoorn, wildlife genoeg dus. Eenmaal op de snelweg hadden we de ruimte. Zo vroeg, en zeker op een zaterdag, is er nog maar weinig verkeer op de weg dus we waren ruim op tijd in de haven. Eenmaal op de boot hebben we eerst wat gedronken en vervolgens een rondje gelopen en in het winkeltje gekeken. Na wat te hebben gekocht zijn we gaan ontbijten. Het was vervolgens lastig om een tafeltje te vinden. Het was erg druk op de boot, je kon goed merken dat ook in Ierland het vakantieseizoen was begonnen.
Rond 9:20 werd omgeroepen dat we naar de auto's moesten gaan. Niet lang daarna legde de boot aan en gingen de deuren open. We gingen als één van de eersten van de boot. Vanuit Stranrear in Schotland reden we via Dumfries naar Carlisle waar we op de motorway, de M6, kwamen en we lekker konden opschieten. Bij een pompstation/restaurant in de buurt van Tebay zijn we gestopt en hebben we in het pompstation wat te eten gekocht voor de lunch en buiten opgegeten. Het was op dat moment even droog. Tot nu toe was het een beetje hetzelfde weer als de afgelopen dagen, regen, droog, regen, soms zelfs zon, etc. Net na afrit 19 kwamen we bij Knutsford in een file terecht, er was een ongeval gebeurd. Dit heeft ons zo'n 3 kwartier gekost. Vandaar ging het verder allemaal probleemloos over de M6 en daarna over de A14 via Cambridge en lokale wegen naar Horseheath. Rond 18:15 waren we bij The Old Red Lion Hotel, ons hotel/B&B voor de komende twee nachten. In totaal hebben we er dus precies 12 uur over gedaan en hebben we ruim 700 kilometer afgelegd. Het langste stuk rijden op 1 dag deze vakantie. Na even op de kamer te zijn bijgekomen van de lange reis zijn we in het hotel wat gaan eten.
Cambridge
De volgende dag zijn we na het ontbijt met de auto naar Cambridge gereden. We wilden met de Park&Ride gaan, maar dat kan niet op zondag, dus zijn we met de auto naar het centrum van Cambridge gereden waar we de auto in een parkeergarage hebben neergezet. Vervolgens zijn we naar de Tourist Info gelopen om te informeren naar een stadsrondrit. Ook hier is zo'n hop-on hop-off systeem, gelijk aan die in Belfast. Vervolgens naar opstappunt 1 gelopen. De bus stond er al, dus we konden direct instappen. De kosten waren eigenlijk £19,50 en daar moest dan nog een korting van 10% af voor het laten zien van de kaartjes van de rondrit in Belfast. Maar we hadden maar £13,71 meer, dus we moesten eerst geld halen. Toen zei de chauffeur dat hij het ook wel voor £13 wilde doen. De rondrit ging langs de diverse bezienswaardigheden in de stad, wat in deze universiteitsstad uiteraard de diverse colleges zijn. We hebben er heel wat gezien. We zijn niet van de bus afgegaan, maar we zagen wel een aantal dingen waar we na afloop van de rit nog wel even langs wilden lopen om ze beter te kunnen bekijken en fotograferen.
Toen de rit was afgelopen zijn we eerst wat gaan lunchen en daarna zijn we wat door het oude centrum van de stad gaan struinen langs de diverse colleges en kerken. Cambridge is genoemd naar het riviertje de Cam en op diverse plaatsen in de stad kun je een punter huren of je laten punteren over deze rivier. Als je door de stad loopt wordt je dan ook continu lastig gevallen door mensen, meestal studenten, die je vragen of je niet met hen zo'n rondvaart over de rivier wilt maken. Wij hebben het niet gedaan omdat we het te duur vonden. Tijdens de wandeling zijn Hilleke en Ciska de Disney Store in geweest, Arjan had daar geen zin in en heeft alleen nog wat door de stad gewandeld. Op een ansichtkaart zag hij The Backs, dit zijn de achterzijdes van de diverse colleges met allemaal mooie bruggetjes over het riviertje de Cam. Bij St. Johns College is er een overdekte 'Bridge of the Sighs' over het riviertje, maar die kun je alleen maar zien als je in het college bent en overal moet je er hier geld voor betalen om er in te kunnen. En omdat alleen Hilleke Engels geld bij zich had en Arjan niet kon hij geen entree betalen. Maar achter het Trinity College was een droogstaande sloot en door die over te steken kon hij dus toch op het grondgebied van St. Johns College komen om een foto van de brug te kunnen maken. Onderwijl waren Hilleke en Ciska bij de Disney Store en hadden daar voor Ciska een paar prinsesseslippers gekocht. Hilleke en Ciska zijn tenslotte op een bankje voor de Guildhall gaan zitten om te wachten op Arjan. Toen Arjan zich ook weer bij hen had gevoegd zijn we naar de 'Great St. Mary's' kerk gelopen. Daar hing een foldertje dat er om half zes een demonstratie klokluiden in de toren van de kerk zou worden gegeven. Dat leek ons wel leuk en daar zijn we heengegaan. Een man legde goed uit hoe dat in z'n werk gaat met luid klokken en hoe je ze sneller en langzamer kan laten luiden. Met nog 3 andere mensen gaf hij eerst een demonstratie met kleine bellen en hoe je zo diverse tonen kan laten horen. Uiteindelijk deden ze het ook nog een keer met de echte klokken van de kerk. Tijdens de demonstratie werden er maar 4 gebruikt, maar ze hebben er 12. Toen de demonstratie was afgelopen hebben we de toren nog verder beklommen en onderwijl werden de 12 klokken door 12 mensen bediend. Toen we bovenop de toren stonden kon je voelen dat de toren heen en weer slingerde door het gewicht van de 12 slingerende klokken in de toren. Vanaf de toren hadden we een mooi uitzicht over de stad. Vanaf de kerk zijn we naar een restaurant gelopen waar we heerlijk hebben gegeten deze laatste avond van de vakantie. Vervolgens zijn we terug gereden naar ons hotel in Horseheath.
Arjans verjaardag en terug naar Strijen
Maandag 1 augustus, Arjans 41e verjaardag. Om 6:45 ging de wekker, ruim op tijd om nog even in bed te blijven liggen voordat we gingen ontbijten en de auto inpakken. Hilleke en Ciska hadden op de boot naar Stranraer een cadeautje voor Arjan gekocht. Ook in Cambridge hadden ze wat leuks gezien. Om ongeveer 7:20 werd er op de deur geklopt, ontbijt op bed en de felicitaties van het personeel voor Arjan. Dit had Hilleke gisteren georganiseerd en het was mogelijk omdat we de enige gasten waren in het hotel en het personeel er dus tijd voor had. Een leuke verrassing.
Voor ons alle drie een Full English breakfast. Na dit heerlijke ontbijt hebben we ons aangekleed en de spullen die we bij ons hadden in de auto geladen. Na afscheid van het personeel te hebben genomen zijn we om 8:30 vertrokken richting Harwich en om 9:50 kwamen we bij de ferry terminal aan. We moesten toen nog zo'n 30 minuten wachten alvorens we aan boord van de Stena Discovery konden rijden. Aan boord vonden we een tafeltje voor drie personen. Aan boord was er voor de kinderen een entertainer die goocheltrucjes deed en balonnen opblaasde. Hier heeft Ciska zich een groot deel van de overtocht mee vermaakt. Ze kon het niet verstaan, want de man deed alles in het Engels met maar een paar woorden Nederlands er tussen door. Precies op tijd, om 15:20 kwamen we aan in Hoek van Holland en konden we weer wielen zetten op Nederlandse bodem. Na de paspoortcontrole, wat ze alleen in Nederland doen, bij aankomst en vertrek uit Engeland en Ierland hoefden we nooit onze paspoorten te laten zien, waren we snel op weg en rond 16:15 waren we weer thuis in Strijen. Het einde van onze vier-weekse reis door Ierland.





































