
Ardara, Glencolmcille, Slieve League en Donegal
Vroeg op de volgende dag want we wilden naar het zuid-westen van Donegal, een aardig eindje rijden vanaf Kilmacrennan. Dus om 8:15 zaten we al in de auto richting Ardara, het centrum van de weefkunst in Donegal. Na een uur rijden waren we in Ardara en wilden we het Heritage Centre bezoeken. Maar dat ging pas om 10:30 open en we waren tenslotte niet zo vroeg opgestaan om vervolgens in Ardara bijna anderhalf uur te gaan wachten. Dus het Heritage Centre hebben we maar gelaten voor wat het is. We zijn vervolgens naar het 'Donegal Tweed Visitors Centre' gelopen. Dat was wel open en we hebben er een wever aan het werk gezien. Onze volgende stop was Glencolmcille waar we het Folk Village Museum hebben bezocht. Hier wordt het plattelandsleven van Donegal in vroeger tijden uitgebeeld.
Het is in 1967 opgericht door Father James Mc Dyer die in 1951 naar deze plaats kwam en zich het lot van de arme bevolking aan trok en de mensen aanmoedigde om kunstnijverheidsbedrijfjes te beginnen. In het openlucht museum zijn cottages ingericht uit diverse periodes en hierdoor kun je mooi zien hoe de inrichting van de huizen in de loop der eeuwen is veranderd. In de omgeving van Glencolmcille hebben we ook nog gezocht naar Turas (Standing Stones). Deze stenen zijn volgens de overlevering door St. Columba van kruizen voorzien en zo tot een christelijk symbool gemaakt. Nog steeds komen jaarlijks vele pelgrims op bedevaart naar deze Turas. Vanaf Glencolmcille is het niet ver meer naar Slieve League, met bijna 600 meter de hoogste kliffen van Europa. Via een smalle, steile en kronkelige weg kwamen we op een parkeerplaats vanwaar we de kliffen zouden moeten kunnen zien. Helaas zaten ze in de wolken zodat we de kliffen niet in hun volle glorie konden aanschouwen. We hebben nog een tijdje gewacht en een wandeling gemaakt in de hoop dat de zon de wolken zou verdrijven, maar helaas. Dus toen het er echt naar uitzag dat de wolken op korte termijn zouden verdwijnen zijn we omgekeerd en naar Carrick gereden waar we hebben gelunched. We hadden ook nog het plan om met een bootje de zee op te gaan om zo de kliffen vanuit de zee te bekijken, maar ook na de lunch zaten de toppen van de bergen nog steeds in de wolken, dus dat hebben we maar voorbij laten gaan. Via Killybegs zijn we naar de stad Donegal gereden, daar was ook een spoorweg museum (Donegal Railway Heritage Centre) dat we hebben bezocht. We kwamen daar om half vijf en het sloot om vijf uur. De dame bij de kassa liet ons er daarom maar gratis in. Achteraf maar goed ook, want zo'n bijzonder interessant spoorweg museum is het niet. Er staan binnen wat modeltreinen en buiten staat welgeteld 1 lokomotief en 1 wagon. Er rijdt wel een modeltreintje buiten rond een boom waar Ciska zich uitstekend mee heeft vermaakt door er mee mee te rennen. Daarna hielden we het voor gezien voor vandaag en zijn we naar onze cottage terug gegaan.
Vandaag begint in Kilmacrennan ook het festival dat in totaal vier dagen duurt en vanavond is er Iers
dansen. Hilleke wilde Ciska laten zien hoe dat er uit ziet. Dus na het TV journaal van negen uur
met de nieuwe aanslagen in Londen en de begrafenis van het Ierse meisje dat bij de aanslag
in Kusadasi was omgekomen, zijn we naar het dorp teruggereden. In de 'New Hall' was het Iers dansen.
Bij aankomst was er nog weinig te doen. De band zat op het podium, maar speelde niet en er waren nog
maar weinig mensen. Omdat we niet zo lang wilden blijven mochten we gratis naar binnen. Pas om een uur
of tien begon het wat voller te worden en begon de band te spelen. Het publiek bestond hoofdzakelijk
uit al wat oudere mensen, de jeugd heeft weinig interesse meer in de traditionele Ierse dansen. Na
een uur en diverse dansen te hebben gezien zijn we terug gegaan naar onze cottage.
Glenveagh National Park en Dunlewey Lakeside Centre
De laatste dag in Ierland voordat we naar Noord-Ierland vertrekken blijven we in de buurt van ons huisje. Ons eerste bezoek deze dag is aan het Glenveagh National Park, slechts 15 km rijden. Glenveagh National Park is met zijn 16.000 ha het grootste nationale park van Ierland. In het park bevindt zich ook Glenveagh Castle dat in 1870 door John Adair is gebouwd. Hiervoor heeft hij veel families na de Grote Hongersnood (1845-1849) uit dit gebied verdreven omdat ze zijn uitzicht op de vallei bedierven.
Vanaf het Visitor Centre is het zo'n 3,5 km naar het kasteel en er rijden regelmatig minibusjes heen en weer (gratis met de OPW Heritage Card). In het kasteel konden we alleen rondkijken met een begeleide toer, je mag niet op eigen houtje door het kasteel lopen. Omdat het kasteel pas in de jaren 80 van de vorige eeuw door de laatste bewoner is verlaten is het nog volledig ingericht en erg mooi om te zien. Bij het kasteel zijn ook een aantal schitterend aangelegde tuinen met een aantal zeldzame bloemen en bomen. Na de toer door het kasteel hebben we een wandeling door deze schitterende tuinen gemaakt. Aan het einde van de wandeling heeft Ciska zich nog even in de speeltuin vermaakt. Daarna zijn we naar het Dunlewey Centre gereden, op minder dan 20 km van het park. We zijn hier voor Ciska heen gegaan. Er was een aantal dieren te zien en er is een grote speeltuin waar Ciska zich weer kon uitleven. Samen met Arjan heeft ze nog in een waterfiets gezeten en we hebben verder nog een rondvaart gemaakt over Lough Dunlewey. Na de korte rondvaart zijn we nog even het winkeltje in geweest alvorens we terug naar huis gingen. Na het eten hebben we alvast wat spullen bij elkaar gezocht en ingepakt zodat we morgen zo snel mogelijk weg kunnen. Winnie had gevraagd of we rond een uur of tien konden vertrekken zodat ze het huisje nog kon schoonmaken voor de volgende bewoners.
Van Kilmacrennan naar Randalstown
Zaterdag 23 juli. Vroeg op om de laatste spullen in te pakken. Om een uur of kwart voor tien waren we gereed om te vertrekken en was het wachten op Kevin en Winnie. Niet veel later waren ze er ook. Nog wat gepraat over hoe het was geweest en dat we het zo'n leuke cottage vonden. Na afscheid te hebben genomen zijn we vertrokken. Omdat we pas rond een uur of drie in ons nieuwe huis in Randalstown worden verwacht moeten we de tijd opvullen omdat het nog geen anderhalf uur rijden is. We zijn daarom nog naar de Newmills Corn & Flax Mills in Letterkenny gereden. Dit zijn gerestaureerde koren- en vlasmolens die door waterkracht worden aangedreven. De korenmolen wordt een aantal malen per jaar nog gebruikt om koren te malen.
Na een video over de historie van het complex te hebben bekeken kregen we een rondleiding door de korenmolen. Het grote waterwiel, de grootste in Ierland (7,63 meter doorsnede, 3 rpm, 8 pk), drijft het geheel nog steeds aan en tijdens de rondleiding worden ook de diverse door waterkracht aangedreven machines gedemonstreerd. De vlasmolen konden we zelf bekijken maar is niet meer in werkende staat, er staan ook nog maar een paar machines en we vonden de vlasmolen dan ook minder interresant dan de korenmolen. Na dit boeiende complex te hebben bekeken zijn we naar Letterkenny zelf gereden om in een internet café de email te checken en vervolgens zijn we ergens gaan lunchen. Omdat we de stad al hadden bekeken zijn we daarna richting Noord-Ierland gereden. De grens ben je over voor je er erg in hebt, nergens staat een bordje of iets dergelijks. Ineens zijn ook snelheden en afstanden in mijlen ipv kilometers. In Claudy hebben we Valerie, de beheerster van de cottage, gebeld met de verwachte aankomsttijd. Vanaf Claudy ging het verder over de snelweg richting Belfast en bij Randalstown gingen we er af. We hadden de cottage, de Ballealy Cottage, snel gevonden alhoewel de laatste 800 meter er heen over een boerenpad gaat langs weilanden met koeien en door hekken. Valerie stond ons al op te wachten en heeft ons een rondleiding door het enorme pand gegeven. De Ballealy Cottage is gebouwd in ongeveer 1865 als het huis van de jachtopziener op het landgoed van Shane's Castle.
Beneden zijn 2 slaapkamers en nog een gastenkamer met een bedbank, een zitkamer, een eetkamer, een keuken en een douche/toilet. Boven zijn nog een grote slaapkamer en een gigantische badkamer met toilet. Dit alles is gebouwd rond een kleine binnenplaats. Leuk detail in de gastenkamer is de ouderwetse handwasmachine die, gemetseld in een hoek, nog steeds aanwezig is. Om hem vroeger te gebruiken moest je 0,5 mijl verderop water uit een put halen en in de bak doen. Daaronder moest een vuurtje worden gestookt om het water te verwarmen waarna je de was met de hand kon doen. Gelukkig hoeven we deze niet te gebruiken en is er, in tegenstelling tot wat de documentatie vermeld, wel een gewone wasmachine aanwezig in de ruime keuken waarin zich ook een normale elektrisch fornuis bevindt. We hoeven dus niet te koken op het ouderwetse Stanley fornuis in de eetkamer. De gastenkamer hebben we gebombardeerd tot speelkamer voor Ciska. Dit huis hebben we gereserveerd via de Irish Landmark Trust, een organisatie die markante, meestal oude, gebouwen koopt en restaureert en daarna verhuurt. Dit zijn dan bijvoorbeeld vuurtorens, kastelen, scholen en bijzondere huizen zoals de Ballealy Cottage waar wij verblijven.
Rondje Lough Neagh
De eerste hele dag in Noord-Ierland zijn we begonnen met uitslapen. De weersvoorspelling was toch niet denderend voor deze dag, dus we zien wel wat we gaan doen. We hebben laat ontbeten en zijn tegen 12 uur vertrokken. In tegenstelling tot de voorspelling zag het weer er echter stralend uit. Voor het eerst in lange tijd zagen we weer eens een stralend zonnetje aan een blauwe hemel met wat liefelijke witte wolkjes zo hier en daar in plaats van een volledig grijs-witte hemel zoals de afgelopen dagen. Omdat we verder voor deze dag nog geen plannen hadden besloten we om rond Lough Neagh (uitspraak: Log Nee) te rijden, met 400 km2 het grootste meer van Groot-Brittanië. Vanuit Randalstown zijn we tegen de klok in om het meer gereden. Via Toome zijn we naar The Battery gegaan, daar was voor Ciska een leuke speeltuin en er waren bankjes zodat we van het mooie weer en het uitzicht over het meer konden genieten. Nadat Ciska zich hier een tijd had uitgeleefd zijn we naar het nabij gelegen Ardboe gereden om het 10e eeuwse High-Cross te bekijken.
Volgens de Lonely Planet één van de best bewaarde High-Crosses in Ierland, maar eerlijk gezegd vonden we die in Monasterboice en Clonmacnoise een stuk mooier. Bij deze zijn er stukken afgebroken en hij ziet er meer verweerd uit. Na wat foto's waren we dan ook snel weer vertrokken naar Oxford Island aan de zuidkant van het meer. Oxford Island is een natuur reservaat waar vooral veel vogels kunnen worden gezien en het is ook een populaire toeristische attractie. Er kunnen wandelingen door het gebied worden gemaakt en vandaar vertrekken ook boten voor een rondvaart over het meer. We hebben een wandeling gemaakt en vanuit een vogelobservatiehut langs het meer een aantal vogels bespied waaronder reigers, eenden, futen en diverse meeuwsoorten. Het gebied is ook populair bij de lokale bevolking, zeker op dagen met mooi weer, voor watersport, BBQ-en, etc. Er is een speeltuin en een peuterbad voor de allerkleinsten. Hadden we dit geweten, dan waren we wel eerder vertrokken vanmorgen zodat we hier wat meer tijd hadden kunnen doorbrengen. Rond een uur of vier zijn we weer vetrokken en zijn we langs de oostkant van het meer richting Antrim gereden via allerlei smalle, bochtige weggetjes. In Antrim zijn we naar het Loughshore Park gereden om daar nog even aan de oever van het meer wat te eten en te drinken. Er waren daar heel veel zwanen en Ciska was uitermate geïnteresseerd in de 5 jonge zwanen en ze vond het erg jammer dat we geen brood voor ze hadden meegenomen. Vanaf Antrim was het vervolgens nog maar een klein stukje rijden naar onze Ballealy Cottage.
Causeway Coast
De volgende dag zijn we toch maar weer wat vroeger opgestaan, we willen een deel van de Causeway Coast gaan rijden. In ieder geval willen we de Bushmills Distillery bezoeken en de Giants Causeway. Het weerbericht gisteren op de radio (ons huisje heeft geen TV) voorspelde het zelfde weer als zondag, alleen iets koeler. Maar toen we opstonden zag de lucht grijs en grauw. Geen spoortje blauw of zon te bekennen. Na het ontbijt zijn we vertrokken naar het plaatsje Bushmill om daar de plaatselijke distilleerderij te bezoeken van de gelijknamige whiskey. Onderweg daarheen hadden we zelfs diverse regenbuien. Het weer leek in niets op dat van gisteren, de temperatuur lag slechts rond de 12°, dit in tegenstelling tot de 20° van zondag. Na een uurtje rijden waren we bij de distilleerderij, precies op tijd voor de rondleiding. Als eerste kregen we een film te zien over de historie van het bedrijf, vervolgens een rondleiding. Helaas was de distilleerderij niet in werking omdat ze bezig waren met het groot jaarlijks onderhoud. Ook mochten we er niet filmen of fotograferen ivm mogelijk explosiegevaar door de overal aanwezige alcoholdampen.
Na de rondleiding kwam datgene waar iedereen naar uit had gekeken, de bar voor het drinken van een glas whiskey (voor kinderen water of frisdrank). Er was daar ook een proeverij met 8 verschillende soorten whiskeys waar Hilleke zich voor had opgegeven: Bushmills 6 jaar, John Power & Son, Jameson, Johnnie Walker, Jim Bean Bourbon, Black Bush, Bushmills 10 jaar en een Schotse Glenfiddich. Na afloop kreeg ze een certificaat dat ze nu volleerd Ierse Whiskey Proever is. Na in de winkel wat Bushmills memorabilia te hebben aangeschaft, waaronder onze 3e fles whiskey deze reis, een 16 jaar oude Bushmills Malt. Na deze stop wilden we met het treintje van Bushmill naar de Giants Causeway, maar dat reed net weg toen we kwamen aangereden en de volgende ging pas 2 uur later. We besloten daarom om naar de ruïnes van Dunluce Castle te rijden. Deze staan aan de rand van een klif. In 1639 is tijdens een storm een deel van het klif samen met de keuken van het kasteel in zee gestort. Zeven bedienden en het diner van die avond verdwenen eveneens in de golven. Een interresante ruïne die deels wordt gerestaureerd.
Vanaf het kasteel zijn we met de auto naar de Giant's Causeway gereden en hebben we het treintje gelaten voor wat het is. Volgens de legende zou de reus Fion MacCool de Giant's Causeway hebben gemaakt. Hij werd verliefd op een vrouwelijke reus uit Staffa, een eilandje in de Hebriden, en bouwde de Giant's Causeway zodat ze in Ulster bij hem kon komen wonen. Als we deze legende niet geloven, dan ontstond dit natuurwonder waarschijnlijk zo'n 60 miljoen jaar geleden tijdens grote vulkanische uitbarstingingen. Door de afkoeling van de lavalaag kromp het basalt en barstte het waardoor veelhoekige blokken werden gevormd die aan de onderzijde nog met elkaar zijn verbonden. Na een tijdje over de blokken te hebben geklauterd zijn Arjan en Ciska naar het Orgel gelopen, een aantal hoge, op orgelpijpen lijkende, basaltkolommen. Hilleke had geen zin om dat eind naar boven te lopen en heeft bij de Voet van de Reus op een bankje gewacht. Het weer was trouwens inmiddels al behoorlijk opgeklaard. Tijdens de rondleiding bij Bushmills hadden we nog wat miezer regen, maar inmiddels was het al een stuk warmer en was ook een deel van de bewolking verdwenen en had plaatsgemaakt voor blauwe lucht met zo af en toe een zonnetje.
Vanaf de Giant's Causeway zijn vervolgens naar de Carrick-a-rede touwbrug gereden. Een 20 meter lange en 1 meter brede touwbrug die op zo'n 25 meter boven het water hangt en de verbinding vormt van het vasteland met het eilandje Carrick-a-rede. Vanaf de parkeerplaats was het overigens nog een stevige wandeling van een kilometer naar de brug. Op de brug is het 1-richtingsverkeer en aan beide zijden staan mensen het 'verkeer' over de brug te regelen. Eenmaal over de wiebelige brug hebben we wat over het eilandje gelopen en langs de steile kliffen naar beneden gekeken. Het is behoorlijk hoog en een val overleef je zeker niet. Vervolgens zijn we over de brug weer terug gelopen en naar Ballycastle zijn gereden om te informeren naar vaartijden van de ferry naar Rathlin Island. Daar willen we morgen heen om o.a. de papegaaiduikers te bekijken. We hebben gereserveerd voor de boot van 10 uur heen en om 3:30 terug. Vervolgens hebben we in een restaurant in Ballycastle gegeten alvorens terug te rijden naar onze cottage.
Rathlin Island
De volgende dag moesten we om 9:45 in Ballycastle zijn om in te schepen voor de ferry van 10 uur. We vertrokken om 8:15 en tegen half tien waren we bij de ferry terminal. We hebben de auto geparkeerd, die mag niet mee naar het eiland, en in de terminal hebben we onze tickets gehaald. Rond kwart voor tien konden we op de boot, een veredelde veerpont waar ze met plastic stoelen op het dek een passagiersboot van hadden gemaakt. Om 10 uur vertrokken we voor de overtocht van 45 minuten en tegen 11 uur stapten we van de boot op het eiland. De bus die ons naar het Seabird Viewpoint bij het West Lighthouse zou brengen stond al klaar en we konden direct instappen. Na een rit van zo'n 20 minuten waren we bij het viewpoint. Vanaf hier heb je een goed zicht op de grote kolonies zeevogels die hier op de kliffen leven: meeuwen, alken, aalscholvers, zeekoeten, jan van genten en natuurlijk de papegaaiduikers.

Voor de laatste waren we gekomen, Ciska is helemaal dol op deze vogels. De beste tijd om ze te zien is van mei tot begin augustus, we waren dus nog net op tijd. Vanaf grote hoogte konden we in de diepte inderdaad de papegaaiduikers zien. Gelukkig stonden er bij het viewpoint vogelkijkers en kon je verrekijkers lenen om ze goed te kunnen zien. Ook de cameras konden ze net zichtbaar maken. Omdat het er behoorlijk waaide en het er ook niet erg warm was zijn we na 40 minuten met de volgende bus weer terug gegaan naar de haven. Daar wilden we het Visitors Centre bekijken, maar dat was gesloten en zijn we bij een souvenier winkel binnengelopen. Vervolgens hebben we een stukje langs de kust gelopen richting Mill Bay waar volgens de folder die we hadden zeehonden op het strand zouden liggen. Die waren er inderdaad, niet veel, maar genoeg voor Ciska. Na de zeehonden te hebben bewonderd zijn we weer terug gewandeld en hebben we in een restaurantje wat gegeten. De tijd na het eten en voordat we weer bij de boot moesten zijn die om 15:30 vertrok hebben we in een speeltuin doorgebracht waar Ciska zich weer uitstekend heeft vermaakt. Om 15:15 zijn we naar de boot gelopen voor de tocht terug naar Ballycastle waar we na aankomst langs de Tourist Info zijn gegaan om te vragen waar een internetcafé is. Een internetcafé is er niet in Ballycastle, maar als we wilden internetten moesten we naar de bibliotheek gaan. Het kostte wat moeite om die te vinden, we verwachtten een tamelijk groot gebouw, maar dat bleek niet zo te zijn. Na de mail te hebben gechecked zijn we terug gereden naar Randalstown.









