
Heenreis naar Ierland
Maandagochtend 4 juli, op een onmogelijk vroeg tijdstip worden we gewekt door de wekker, om 4:30. Nadat we de laatste bagage in de auto hadden gepakt vertrokken we rond 5:30 voor onze 4-weekse vakantie naar Ierland.
We waren nog maar net vertrokken of het begon te regenen. Op de radio hoorden we over het noodweer bij Den Haag en het werd afgeraden om die kant op te gaan, juist terwijl wij op weg waren naar de haven in Hoek van Holland. Om 6:15 waren we bij de ferry terminal van StenaLine. Na de paspoort controle moesten we nog tot 6:50 wachten voor we aan boord mochten rijden. Aan boord hebben we ons ontbijt gegeten en in de winkel op de boot hebben we stickers gekocht voor het afplakken van de koplampen van de auto. Die zijn afgesteld voor rechts rijden en die zouden in Engeland en Ierland tegemoet komend verkeer kunnen verblinden. Na een voorspoedige reis met de Stena HSS kwamen we om 10:10 Engelse tijd in Harwich aan. We waren snel van boord en na de paspoort controle konden we onze reis vervolgen richting Wales. Het links rijden was geen enkel probleem, we hadden dit beide al eerder gedaan, alleen nog nooit met een auto met het stuur links. Totnutoe hadden we dat altijd met een auto met het stuur rechts gedaan. Direct vanaf de ferry staan er overigens regelmatig borden met in meerdere talen de melding dat je links moet rijden. Ook in Engeland hadden we het eerste stuk noodweer, pas in de buurt van Cambridge stopte het met regenen en begon de lucht wat op te klaren.
Ergens tussen Cambridge en Birmingham wilden we stoppen langs de weg om onze lunch op te eten,
maar in Engeland zijn er haast geen parkeerplaatsen langs de weg met bankjes en tafeltjes.
Uiteindelijk zijn we op een grote parkeerplaats net voor Birmingham gestopt en hebben we
maar bij de auto onze lunch opgegeten. Daarna ging het voorspoedig verder.
Bij Birmingham zijn er twee wegen om om de stad heen te komen, wij namen de
tolweg waardoor je over een praktisch lege snelweg in korte tijd om de stad heen bent.
Via Shrewsbury, Wrexham en Chester kwamen we in Wales aan. Toen we
op de kustweg van Chester naar Cowny reden begon zowaar de zon door te breken
en even later zaten we tegen een strakblauwe hemel aan te kijken en moesten
we de zonnebrillen gaan opzoeken. Na Bangor staken we over naar het eiland
Anglesey. Direct over de brug gingen we van de weg af om even via
Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch, (afgekort Llanfair PG) te rijden, de plaats met de langste naam in Groot Brittanië.
Bij het station was het een ware tourist-trap, nog nooit zo'n klein station met zo'n groot parkeerterrein gezien.
Na een kort bezoek aan het station en de souvenier winkel hebben we de laatste
kilometers naar Valley gereden waar we een hotel hadden geboekt.
De volgende dag hoefden we niet zo vroeg uit bed. Na het ontbijt vertrokken we rond acht uur naar Holyhead, maar een paar kilometer rijden vanaf het hotel. Om 8:30 konden we de auto aan boord van de ferry rijden, wederom een Stena HSS, en om 8:50 vertrokken we richting Ierland waar we om ongeveer 9:30 aankwamen in Dún Laoghaire (uitspraak: Dun-lierie). Eenmaal van boord reden we naar Shankill waar we een guesthouse hadden gereserveerd. Het was even zoeken voor we het Brides Glen Farmhouse hadden gevonden maar bij aankomst werden we hartelijk door Mevr. Stevenson ontvangen. Voor de middag had Hilleke een lunchafspraak gemaakt met de ouders van Deirdre, haar vriendin van vroeger toen Hilleke een aantal jaren in Ierland heeft gewoond en die nu in Canada woont en waar we in 2000 zijn geweest. De familie Nolan woont niet ver van het guesthouse, op slechts een paar minuten rijden. We werden hartelijk door hun ontvangen en hebben er van een heerlijke uitgebreide lunch genoten. Rond een uur of vier vertrokken we weer en heeft Hilleke Arjan en Ciska het huis laten zien waar ze vroeger heeft gewoond en haar school in Blackrock. De rest van de middag hebben we aan de kust in de buurt van Dún Laoghaire en Killiney Bay doorgebracht.
Wicklow Mountains
De Wicklow Mountains, een ruig, bergachtig gebied ten zuiden van Dublin, is een indrukwekkend deel van Ierland. Onze rondrit door de Wicklow Mountains begon met een bezoek aan Glendalough.
Dit is een door de heilige Kevin in de 6e eeuw gestichtte klooster gemeenschap. Gedurende zo'n 600 jaar breidde de nederzetting zich steeds verder uit. In 1398 echter werd het complex grotendeeld vernietigd door de Engelsen. De meeste gebouwen die het hebben overleefd en er nu nog staan zijn gebouwd ergens tussen de 8e tot de 12e eeuw. De ronde toren behoort tot één van de best bewaarde in Ierland. Terwijl daar rondliepen en de toren, de kathedraal en de kerk bekeken viel er zo nu en dan wat motregen. Af en aan miezerde het een beetje en dan was het weer droog. Na een wandeling langs het Lower Lake naar het Upper Lake bij Glendalough zijn we verder gereden naar Wicklow Gap. Daar was het wel droog, maar er stond een behoorlijke wind en erg warm was het ook niet, zo'n 10 graden. Vanaf de Wicklow Gap hadden we een mooi uitzicht over de omgeving. Omdat het zo hard waaide en het ook niet al te warm was We zijn snel door gereden via Blessington naar Sally Gap. Daar was verder niets te beleven en zonder te stoppen door gereden naar Lough (meer) Tay. Vanaf een hoog uitzichts punt hadden we zicht op de vallei van de twee meren. Gelukkig was het weer inmiddels wat opgeklaard. Via Enniskerry zijn we naar een pub gereden, Johnnie Fox's Pub, is de hoogstgelegen pub van Ierland. Na hier wat te hebben gedronken besloten we om hier ook maar gelijk wat te eten. Na een overheerlijke seafood maaltijd zijn we terug gegaan naar het guesthouse.
Dublin
Voor een bezoek aan de hoofdstad van Ierland, Dublin, hebben we het openbaar vervoer genomen. Met de auto zijn we naar het station van Shankill gereden en vandaar zijn we met de DART (Dublin Area Rapid Transit) naar het centrum van Dublin gegaan. Eénmaal in Dublin aangekomen zijn we eerst naar de Tourist Office gelopen. Onderweg daarheen liepen we langs het Trinity College waar we eerst naar binnen zijn gegaan om daar het wereldberoemde Book of Kells te bekijken. Dit is een rond 800 nChr. door de monniken van Iona gemaakt boek en bevat een rijkelijk geïllustreerde kopie van de vier evangeliën in het Latijn.
Je kan maar 1 bladzijde van het schitterende boek zien. Om de vijf maanden wordt een bladzijde omgeslagen, dus het duurt wel even voor je het hele boek hebt bekeken. In het Trinity College hebben we ook de Long Room bekeken, dit is de oude, 65 meter lange, bibliotheek van de universiteit met zo'n 200.000 oude boeken. In het winkeltje hebben we nog wat kaarten gekocht van o.a. het Book of Kells en vervolgens zijn we naar de Tourist Info gelopen om wat info te vergaren. Vanaf de Tourist Info zijn we naar Bewley's gelopen om daar wat te drinken en te eten. Onze wandeling vervolgde verder door de wijk Temple Bar, het uitgaanscentrum van Dublin, en de oude whiskey distilleerderij van Jameson. Daar hebben we een tour gedaan die werd afgesloten met een glas whiskey in de bar. Voor Ciska trouwens een flesje water. In de winkel nog het één en ander gekocht waaronder een fles 12 jaar oude Jameson die alleen in deze winkel is te verkrijgen en verder nergens. Via O'Connell street met de lelijke Spire of Dublin (of Monument of Light), een 120 meter hoge roestvrij stalen spits in het midden van de straat zijn we verder gelopen. Bij boekhandel Easons heeft Hilleke nog wat boeken gekocht terwijl Arjan en Ciska was foto's hebben gemaakt. We vervolgden onze wandeling naar het Hard Rock café waar we aan de bar eerst wat hebben gedronken en vervolgens hebben we in het restaurant wat gegeten. Na het eten zijn we terug gelopen naar het station om met de trein terug te gaan naar Shankill.
Ierse historie: Monasterboice, Mellifont Abbey, Newgrange en Clonmacnoise
Een rondje vroeg Ierse historie langs Monasterboice, Mellifont Abbey, Newgrange en Clonmacnoise. In Monasterboice staan de mooiste High Crosses van Ierland. Vanuit Shankill zijn we via de nieuwe snelweg M50 (althans het laatste, zuidelijke gedeelte) om Dublin heen gereden en daarna via de M1 naar het noorden.
Onderweg moesten we twee maal tol betalen voor het gebruik van de
snelwegen. Na een klein uurtje kwamen we aan in Monasterboice. Het was er erg rustig, tot er een
buslading Italianen kwam en was het gedaan met de rust. Gelukkig waren ze ook weer snel verdwenen
en hadden we de begraafplaats weer voor ons zelf. Het Muiredach's High Cross is één
van de mooiste Keltische kruisen van Ierland en bevat een aantal goed bewaard gebleven bijbelse
taferelen.
Niet ver van Monasterboice ligt Mellifont Abbey (Mellifont = Honing fontein). Mellifont Abbey is het
oudste cisterciënzer klooster van Ierland, althans de ruïnes die er nog van over zijn, veel is er namelijk niet meer van over.
Het klooster werd in 1142 gesticht in opdracht van Maelaghin, de aartsbisschop van Armagh.
Tot 1539 was de abdij oppermachtig. In dat jaar werd het gesloten en
verbouwd tot een versterkt huis. In 1690 werd de abdij door Willem III gebruikt als hoofdkwartier
tijdens de Slag bij de Boyne.
Vanaf Mellifont Abbey zijn we naar Newgrange gereden. De bewegwijzering was daarheen was
niet erg duidelijk. Het was er al erg druk toen we er aan kwamen. Eigenlijk hadden we dit als eerste
moeten bezoeken. Nu moesten we 2,5 uur wachten voor we met een tour meekonden naar Newgrange. Deze tijd
hebben we opgevuld met een uitgebreide lunch en het bekijken van de tentoonstelling over Newgrange.
De oorsprong van Newgrange, één van de belangrijkste ganggraven van Europa, is niet duidelijk.
Het graf is rond 3200 vChr gebouwd en door geen enkele overheerser vernield. In 1699 is het complex
herontdekt en in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw is het in oude staat hersteld. Rond 21 december,
de winterzonnewende, schijnt de zon tijdens zonsopgang precies door het gat boven de toegang en verlicht
daarbij de nis aan het einde van de ongeveer 19 meter lange gang die het graf in loopt.
Tijdens de rondleiding wordt dit nagedaan door het donker maken en laten schijnen van een lamp, maar dat haalt het
ongetwijfeld niet bij wat er op 21 december gebeurd. Ieder jaar is er een loterij waar je je voor kan
opgeven en daar worden 15 gelukkigen uitgeloot die het spektakel op 21 december mogen meemaken.
Na dit indrukwekkende bezoek was het al laat. We hadden ook nog naar de Hill van Tara willen gaan,
maar omdat Newgrange zoveel meer tijd had gekost was daar geen tijd meer voor.
De volgende dag, tijdens de rit van van ons guesthouse in Shankill naar ons volgende huis in Boyle,
hebben we een bezoek gebracht aan Clonmacnoise. het eerste stuk over de snelwegen M50 en M6 schiet
lekker op. Maar de M6 is nog lang niet gereed en op een gegeven moment wordt het de N6 en een 2 baans-weg.
Maar omdat het zaterdag is, is het niet erg druk op de weg en kunnen we toch behoorlijk opschieten.
Rond de middag kwamen we bij Clonmacnoise aan. Deze kloostergemeenschap is in 548 nChr gesticht door
St. Ciarán en ligt op een belangrijk kruispunt van (water)wegen in Ierland. In de loop der
tijden is het diverse malen geplunderd door onder andere de Vikingen. Het verval begon in de 13e eeuw
toen het de zetel werd van een 2e-rangs bisschop. In 1552 werd het door een Engels garnizoen uit Athlone
verwoest en restten niet meer dan wat ruïnes. Clonmacnoise is sinds 1877 een nationaal monument.
Op het terrein, mooi gelegen in een bocht van de Shannon rivier, zijn de ruïnes te vinden van
diverse tempels en een kathedraal, alsmede een tweetal ronde torens. Ook is er een aantal High Crosses
te vinden. Op het terrein staan kopieün, de originele zijn te vinden in het museum bij het
bezoekerscentrum. Na nog wat te hebben gedronken en gegeten zijn we na een uur weer vertrokken van
dit indrukwekkende monument.
TIP: Bij Mellifont Abbey hebben we ook voor ieder van ons een OPW Heritage Card aangeschaft. Met deze kaart kun
je bij veel historische plaatsen, tuinen en parken gratis naar binnen. Als je minimaal twee weken in Ierland verblijft
en regelmatig dergelijke sites bezoekt haal je de kosten er gemakkelijk uit. Zie verder https://heritageireland.ie/
voor meer informatie. Opmerking: Deze kaart is alleen geldig in de Ierse Republiek, niet in Noord-Ierland.
Blackwater en de Clonmacnoise & West Offaly Railway
In de buurt van Clonmacnoise, in Shannonbridge, is een smalspoorlijn door het Blackwater veengebied,
de Clonmacnoise & West Offaly Railway. Hier rijd je met een klein treintje door een klein deel van het
uitgestrekt veengebied waar turf wordt gewonnen.
Tijdens de rit wordt er van alles verteld over hoe tegenwoordig de turf wordt gewonnen. Onderweg stopt het treintje ook en kun je over de turf lopen en
demonstreert de machinist voor hoe de turf vroeger werd gestoken, tegenwoordig gaat het allemaal machinaal.
De spoorlijn wordt overigens ook gebruikt om de gewonnen van het terrein af te voeren. Nog steeds voorziet
turf in zo'n 10% van de Ierse electriciteits opwekking. Deze leerzame rit met het treintje door het
veengebied duurt ongeveer een uur is is zeker aan te raden als je in de buurt bent.
Na deze leuke tour zijn we naar Boyle gereden naar ons volgende huisje. Onderweg hebben we de eigenaar gebeld en een plaats afgesproken om elkaar te ontmoeten. In Boyle aangekomen moesten we even op hem wachten. Hij reed voor ons uit de stad uit via steeds smaller worden wegen en na zo'n 10 minuten kwamen we bij het huisje aan. Het ligt helemaal verlaten bij een meer en in de nabije omtrek is geen ander huis te zien. Het huisje is pas twee jaar oud en van alle gemakken voorzien: vaatwasser, wasmachine, magnetron, 2 badkamers, 2 slaapkamers, 2 televisies, een grote woon/eetkeuken en een zitkamer.








